Politie en Marechaussee

De politie van Nederland moet tijdens de bezetting ook voor de bezetter werken. Bijvoorbeeld in Amsterdam tijdens de razzia’s tegen Joden en voor de buitenbewaking van de gevangenkampen. Na de bevrijding blijft de smet van collaboratie lang hangen. Veel agenten vinden de oorlog een zeer moeilijke periode en doen hun werk met tegenzin. De Marechaussee gaat in juli 1940 over in de burgerpolitie. Na de oorlog krijgt de Marechaussee weer het predicaat ‘koninklijk’.

Bronnen - direct toegang tot archiefmateriaal

In dit interview spreekt de geïnterviewde, een voormalige politieagent, over zijn werk in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.

[Vrije Universiteit; United States Holocaust Memorial Museum, Erfgoed van de Oorlog]

Tuniek van een politieofficier (Nederlandse Rijkspolitie - ‘Staatliche Polizei’).

[Museum Rotterdam, CC BY-SA 3.0 NL]

Film over de centrale opleiding van de Nederlandse Politie in de oorlogsjaren.

[Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid]

Nationaal Comité 4 en 5 mei – Het was verschrikkelijk...

Verhaal van een medewerker van de marechaussee vanaf 1940.

Marechausseemuseum – Geschiedenis

Een beknopte geschiedenis van de Marechaussee. Met ook aandacht voor de Tweede Wereldoorlog.

Politie – Tweede Wereldoorlog

Een beknopte geschiedenis van de politie.

Volkskrant – SS’er gaf politie haar organisatie

Artikel over hoe de Nederlandse politie tijdens de bezetting is gecentraliseerd.

Andere Tijden - Geweten in de oorlog

Vier Nederlanders aan het woord die worstelden met een loodzwaar dilemma: meewerken met de Duitsers of niet? Met een politieman, een marechaussee, een spoorbeambte en een joodse jurist in Westerbork.