Terug naar overzicht

Oostfront

Hitler schrijft al in Mein Kampf dat hij Polen en de Sovjet-Unie aan wil vallen om Lebensraum te creëren voor het Duitse volk. Bovendien is Stalin zijn aartsvijand.

In 1939 begint de Tweede Wereldoorlog met de Duitse inval in Polen. Na de succesvolle Blitzkrieg in het westen en de verloren Slag om Groot-Brittannië, valt Duitsland de Sovjet-Unie aan. Deze twee fronten oorlog zal Duitsland later fataal worden.

Hoewel Hitler de slag om Groot-Brittannië verloren heeft, opent hij toch een tweede front in het oosten. Op 22 juni 1941 valt hij de Sovjet-Unie binnen, het begin van ‘operatie Barbarossa’. Omdat Hitler Stalin heeft verrast, verloopt de aanval aanvankelijk succesvol. Eind september hebben de Duitsers Leningrad omcirkeld. Miljoenen Russen sneuvelen of worden krijgsgevangen gemaakt. In december, als de winter invalt en de Duitsers voor Moskou staan, komt de opmars echter tot stilstand. De Russen zetten de tegenaanval in en brengen de Duitsers hun eerste nederlaag aan het oostfront toe. In mei 1942 probeert het Sovjetleger Charkov te heroveren, de Duitsers slaan echter hard terug en veroveren ook de Krim. Bij deze gevechten komen zo’n 250.000 Russen om en worden er evenveel tot krijgsgevangen gemaakt.