Terug naar overzicht

Vernietiging van joden (2)

In de gebieden waar de nazi’s de macht hebben, brengen zij tijdens de Tweede Wereldoorlog zes miljoen Joden om het leven.

Nadat de Joden in de bezette gebieden uit het openbare leven zijn gefilterd, worden zij bijeengedreven en op transport gesteld naar werk- en vernietigingskampen. Het overgrote merendeel van hen sterft door honger, ziekte en mishandeling, of wordt doodgeschoten of vergast in de vernietigingskampen. Deze grootste genocide uit de geschiedenis wordt de Holocaust of Shoah genoemd.

Door heel Nederland worden joden vaak eerst naar verzamelplaatsen gebracht. Ze melden zich hier vrijwillig of worden tijdens een razzia opgepakt. Hier verblijven zij voor korte (een paar uur) of voor langere tijd (dagen tot zelfs weken). Na deze periode worden zij in verreweg de meeste gevallen naar het doorvoerkamp Westerbork getransporteerd, het laatste eindstation in Nederland. Ook in de rest van Europa werden zo veel joden naar de vernietigingskampen gedeporteerd.

Vanaf 1941 richt de bezetter ook gevangenkampen in Nederland in. Gevangenen moeten hier onder slechte leefomstandigheden werken en worden getreiterd en mishandeld. Via Kamp Westerbork worden de meeste joden gedeporteerd, minimaal 92 transporten zijn uit het kamp vertrokken. Kamp Westerbork is volledig ingericht om Joden, Roma en Sinti en Jehova’s Getuigen naar de werk- en vernietigingskampen in het oosten te deporteren. Eenmalig vetrekken uit Amsterdam, Kamp Amersfoort en Apeldoorn (Apeldoornsche Bos) transporten. Vanuit Kamp Vught vertrekken twee transporten.