Terug naar overzicht

Politieke gevangenen (2)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog pakken de nazi’s tegenstanders in de bezette gebieden op en bestraffen ze.

Zij worden gevangen gezet in gevangenissen en tuchthuizen, soms worden ze doorgestuurd naar strafkampen. Politieke gevangenen zijn in de kampen herkenbaar aan een omgekeerde rode driehoek op hun kampkleding.

Nazi’s brengen politieke tegenstanders en verzetsstrijders soms ook over naar gevangenissen in Duitsland. De leefomstandigheden in deze Duitse gevangenissen zijn slecht. Gevangenen zitten vaak zonder proces voor onbeperkte tijd vast en worden getreiterd en mishandeld. Vooral in kamp Natzweiler in Duitsland zitten tijdens de oorlog veel Nederlandse politieke gevangenen.

De ideeën van de nazi’s staan lijnrecht tegenover die van de Jehova’s Getuigen. Vanuit het standpunt van ‘christelijke neutraliteit’ gaan Jehova’s Getuigen niet in militaire dienst en weigeren ze mee te werken aan de oorlogsindustrie. Ook weigeren ze uit respect voor God op te zwaaien naar de nazi’s, trouw te zweren aan de staat of de Hitlergroet te brengen. Ze worden daarom al vanaf 1933 in Duitsland vervolgd. Vanaf de bezetting gebeurt dit ook in Nederland.

Een bij elkaar geraapte categorie gevangenen die de bezetter in kampen en gevangenissen opsluit, zijn de ‘asocialen’. Dit zijn mensen met uiteenlopende achtergronden: werkweigeraars, criminelen en fraudeurs, mensen die in tijden van schaarste hebben gestolen, kermisexploitanten en woonwagenbewoners. Velen van hen worden opgesloten in Kamp Amersfoort, waar ze als herkenningsteken een zwarte driehoek moeten dragen.