Terug naar overzicht

Opkomst van het fascisme

Het fascisme is een dictatoriale stroming waarbij oppositie niet is toegestaan: het gehele leven wordt door het fascisme geregeld en gecontroleerd. De stroming begint in Italië aan haar opkomst.

In 1922 komen de fascisten in de Italiaanse regering en vanaf dat moment komt het land steeds meer onder de invloed van Mussolini en zijn partij te staan. In Spanje grijpt Franco de macht na een bloedige staatsgreep.

Mussolini richt in 1919 de fascistische beweging op en er ontstaan vele fascistische knokploegen. In 1921 wordt de beweging een politieke partij die begint aan een gestage groei. Eind oktober 1922 wil de partij Rome op vreedzame wijze overnemen. Vanaf vier kanten rukken de fascisten in hun ‘Mars naar Rome’ op naar de hoofdstad. Mussolini doet niet mee, uit angst voor het mislukken van de mars. Deze angst is ongegrond, want het leger grijpt niet in. De regering valt en Mussolini neemt de macht over. Nadat hij de coalitiepartijen systematisch uit de regering heeft gezet, heeft Mussolini met zijn fascistische partij de absolute macht. Hij behoudt die tot 1943.

Na de overwinning van de republikeinen in 1931 wordt Spanje een republiek. Maar de conservatieve rechtse nationalisten blijven zich hiertegen verzetten. Op 14 juli 1936 plegen zij een militaire staatsgreep. Een gedeelte van het leger schaart zich onder leiding van generaal Franco achter de nationalisten, een ander deel achter de republikeinen. Al snel krijgen de nationalisten steun uit Duitsland en Italië. De republikeinen krijgen in het begin wat steun van Frankrijk en later van de Sovjet-Unie. In de drie jaar dat de strijd duurt, krijgen de nationalisten steeds meer de overhand. Uiteindelijk wordt generaal Franco in 1939 de nieuwe leider van Spanje.
De Spaanse Burgeroorlog heeft voor Duitsland, Italië en de Sovjet-Unie gediend als proeftuin voor tactieken en materiaal die later op grote schaal zijn ingezet in de Tweede Wereldoorlog.