Terug naar overzicht

Hitler aan de Macht

Na verkiezingen wordt de partij van Adolf Hitler in 1932 de grootste van Duitsland. Hitler eist hierna de positie van Rijkskanselier op.

Pas begin 1933 krijgt hij deze positie en kan hij beginnen aan zijn opmars naar de totale macht. Hij wordt hierbij geholpen door de politieke en economische situatie en de brand in het parlementsgebouw (de Reichstag). Hiernaast krijgt Hitler steun van het leger en van zijn volgelingen.

Na de verkiezingen in 1919 krijgt Duitsland een nieuwe regering en grondwet. De documenten hiervoor worden in Weimar getekend. Duitsland wordt een republiek, maar het leger en de ambtenaren zijn hier niet voor. Dit en de schande van het verdrag van Versailles zorgen voor een stroeve start.
Tijdens verkiezingen van 1920 moeten de regeringspartijen flinke verliezen incasseren. De economische crisis van begin jaren twintig is ook niet positief voor de republiek. Toch krijgt de rechtse coalitie geen meerderheid. Maar de instabiele politieke situatie is voor Adolf Hitler en zijn NSDAP wel een goede voedingsbodem voor propaganda.

De Reichstag is het Duitse parlementsgebouw net buiten het middeleeuwse stadscentrum van Berlijn. In de nacht van 27 op 28 januari 1933 staat het gebouw in brand. De Nederlander Marinus van der Lubbe wordt opgepakt voor brandstichting. Hij zou gehandeld hebben in opdracht van de communisten. Enkele hooggeplaatste communisten worden opgepakt, maar zij worden niet veroordeeld wegens gebrek aan bewijs.
Hitler grijpt de brand aan om een aantal nieuwe wetten en verordeningen door te drukken. Hij maakt de oppositie hiermee monddood en toomt de vrijheid van het Duitse volk in. Ook is de weg nu vrij voor het eerste concentratiekamp. De precieze toedracht van de brand in de Reichstag is tot op de dag van vandaag voer voor discussie.

Al vlak na zijn machtsovername stelt Hitler de eerste maatregelen in om Joden in Duitsland buiten het dagelijks leven te houden. Joden krijgen steeds minder de vrijheid om te doen en te laten wat ze willen. Vanaf 1933 mogen zij geen overheidsfuncties meer bekleden. De Neurenberger Rassenwetten van 1935 ontneemt Joden het burgerschap. Huwelijk en seksuele relaties van Joden met niet-Joden wordt aan banden gelegd.
Na deze wetten krijgen Joden steeds minder toegang tot arbeid en vrijheid. In 1938 komt het tot de eerste grote actie tegen de Joden. Tijdens de Kristallnacht worden winkels, huizen en synagogen van Joden vernield. Duizenden Joden worden opgepakt en naar concentratiekampen gedeporteerd.