Terug naar overzicht

Duits bestuur

Nederland komt na de capitulatie onder een burgerlijk bestuur te staan.

Alleen in de top van het bestuurlijk apparaat verandert er veel. Zo wordt de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart aangesteld als Rijkscommissaris. De Nederlandse democratie houdt op te bestaan: voortaan deelt de bezetter de lakens uit.

Het burgerlijk bestuur van de bezetter staat onder leiding van Arthur Seyss-Inquart.

Als Rijkscommissaris van Nederland neemt hij alle bevoegdheden van staatshoofd, ministerraad en parlement over. Onder hem staan vier commissarissen-generaal. Zij hebben contact met de Nederlandse ministeries. De Nederlandse ambtenaren blijven op hun plaats, maar kunnen nergens meer invloed op uitoefenen. Dat is voorbehouden aan de bezetter.

In September 1940 wordt de Winterhulp opgericht. Net als in Duitsland moet deze organisatie er voor zorgen dat niemand iets te kort komt. In een Nationaal-Socialistische staat mag het namelijk aan niemand iets ontbreken. Net als de NSB wordt de Winterhulp nooit groot en populair. De volgende gevleugelde uitspraak over de Winterhulp zegt hierover genoeg: “Geen knoop van mijn gulp voor de Winterhulp”.