Terug naar overzicht

Vernietiging van joden

In de gebieden waar de nazi’s de macht hebben, brengen zij tijdens de Tweede Wereldoorlog zes miljoen Joden om het leven.

Nadat de Joden in de bezette gebieden uit het openbare leven zijn gefilterd, worden zij bijeengedreven en op transport gesteld naar werk- en vernietigingskampen. Het overgrote merendeel van hen sterft door honger, ziekte en mishandeling, of wordt doodgeschoten of vergast in de vernietigingskampen. Deze grootste genocide uit de geschiedenis wordt de Holocaust of Shoah genoemd.

Voor de Duitsers overgaan tot het vermoorden van Joden, experimenteren ze met andere methoden om gebieden te ‘zuiveren’. Op 14 juli 1933 wordt een sterilisatiewet aangenomen die moet voorkomen dat geestelijk gehandicapten en mensen met een erfelijke aandoening kinderen krijgen. In 1935 wordt deze wet uitgebreid: vanaf nu mogen ook Joden, homoseksuelen en Sinti en Roma tegen hun wil worden gesteriliseerd. Naar schatting zijn tussen 1933 en 1945 ruim 400.000 personen gedwongen onvruchtbaar gemaakt.