Terug naar overzicht

Verzetsorganisaties

Georganiseerde verzetsgroepen dwarsbomen tijdens de oorlog het beleid van de bezetter. Ze saboteren verbindingen en telefoonlijnen, blazen gebouwen en spoorwegen op, maken gebieden onbruikbaar door ze onder water te laten lopen en spioneren.

Soms is verzetswerk ook minder gewelddadig. Het verzet helpt bijvoorbeeld Joden bij het onderduiken, smokkelt bonnen en vervalst legitimatiepapieren. In de laatste bezettingsjaren wordt de oorlog steeds grimmiger. Verzetsmensen gaan in die tijd ook Duitsers en collaborateurs executeren.

De Schiedammer Bernard IJzerdraat richt direct na de inval van de Duitsers het Geuzenverzet op. IJzerdraat verspreidt het eerste illegale blad getiteld ‘Bericht NO 2.’, waarin hij de arbeidsinzet voorspelt. IJzerdraat richt ook een ‘Geuzenleger’ op om aanslagen te plegen. Hun eerste taak is het verzamelen van wapens. Dit Geuzenleger wordt binnen een jaar na oprichting verraden. Vijftien opgepakte Geuzen, onder wie IJzerdraat, worden op op 13 maart 1941 doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte.

Tijdens de oorlog strijden nog diverse andere verzetsgroepen ondergronds tegen de bezetting. Belangrijke gewapende verzetsgroepen zijn bijvoorbeeld de Raad van Verzet (RVV), en de Ordedienst (OD), die bestaat uit militairen van het verslagen Nederlandse leger. Met hulp van de regering in Londen wordt voor de financiële ondersteuning van het verzet in Nederland het Nationaal Steunfonds (NSF) opgericht. Dankzij garanties van de regering kan het verzet leningen afsluiten bij banken en bedrijven in Engeland.