Terug naar overzicht

Verzetsdaden

De bezetter wordt op verschillende manieren tegengewerkt. Een zeer riskante onderneming omdat verzetsmensen vaak een zware straf staat te wachten bij ontdekking.

Toch ontsnappen er velen dankzij het werk van deze mensen aan de dood, bijvoorbeeld door vervalste documenten. Ook wordt er informatie over de bezetter doorgegeven aan de geallieerden. Hoewel er aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nog maar weinigen zijn die het Duitse regime tegenwerken, zijn er tegen het eind van de oorlog steeds meer mensen actief in het verzet.

Tijdens de oorlog heeft iedereen bepaalde documenten van de bezetter nodig. Er bestaan bijvoorbeeld documenten om je te kunnen verplaatsen (persoonsbewijzen), om een fiets te hebben, om ’s avonds over straat te gaan en om voedsel te kunnen kopen (bonnen). Omdat onderduikers illegaal zijn en dus niet aan deze papieren kunnen komen, vervalst het verzet ze voor ze. In 1942 richt Gerrit van der Veen de Persoonsbewijzen Centrale op. Dit wordt de grootste vervalsingsorganisatie van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het verzet werkt tijdens de oorlog met gevaar voor eigen leven om de werkzaamheden van de nazi’s te verstoren en hun positie te verzwakken. Het verzet saboteert spoorlijnen en andere toevoermaatregelen van de bezetter, het registratiesysteem en gebouwen waar Duitsers werken en wonen. Ook infiltreren verzetslieden in Duitse organisaties om te spioneren en het werk van de bezetter van binnenuit te saboteren.

Wapens, illegale kranten, gestolen bonnen en documenten moeten tijdens de oorlog stiekem worden vervoerd. Koeriersters van het verzet transporteren illegale op de meest uiteenlopende manieren. Bijvoorbeeld in een dubbele bodem van een kinderwagen, in een zwangerschapskorset of bij een lijk in een doodskist. Het verzet verzint van alles om niet op te vallen bij de controleposten. Wie betrapt wordt met illegale waar wordt streng gestraft.