Terug naar overzicht

Uitsluiting Joden

Tijdens de bezettingsjaren worden Joden stapsgewijs uit het openbare leven geweerd en verwijderd. Vanaf 1940 brengt de bezetter een administratieve scheiding aan tussen Joden en niet-Joden.

Joden krijgen een J in hun persoonsbewijs en een eigen bestuur: de ‘Joodse Raad’. Ook worden Joden maatschappelijk uitgesloten. Ze mogen alleen nog naar ‘Joodse theaters’ en ‘Joodse winkels’ en ze mogen geen handel drijven of omgaan met niet-Joden. Vanaf 1942 moeten alle Joden in Nederland zelfs verhuizen naar een ‘Joodse wijk’.