Terug naar overzicht

Verzetsorganisaties (2)

Georganiseerde verzetsgroepen dwarsbomen tijdens de oorlog het beleid van de bezetter. Ze saboteren verbindingen en telefoonlijnen, blazen gebouwen en spoorwegen op, maken gebieden onbruikbaar door ze onder water te laten lopen en spioneren.

Soms is verzetswerk ook minder gewelddadig. Het verzet helpt bijvoorbeeld Joden bij het onderduiken, smokkelt bonnen en vervalst legitimatiepapieren. In de laatste bezettingsjaren wordt de oorlog steeds grimmiger. Verzetsmensen gaan in die tijd ook Duitsers en collaborateurs executeren.

Tijdens de oorlog zijn veel studenten actief in het verzet. Ze staken, helpen onderduikers en plegen gewapend acties. Het landelijk overlegorgaan de ‘Raad van Negen’ coördineert deze activiteiten. Vanwege het studentenverzet laat de bezetter studenten vanaf 1943 een loyaliteitsverklaring tekenen waarin ze beloven niets te ondernemen tegen de bezetting. Het overgrote merendeel van de studenten weigert te tekenen en wordt hierop uitgesloten van de universiteit. Deze ex-studenten gaan door met hun verzetswerk en moeten vaak onderduiken.