Nederlands-Indië

In januari 1942 valt het Japanse leger het eiland Tarakan voor de kust van Borneo, het huidige Kalimantan, binnen. De eerste gevechten op zee vinden al snel hierna plaats. Het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) capituleert op 9 maart 1942. Een deel van de overwonnen Europeanen wordt van de Aziatische bevolking geïsoleerd en in krijgsgevangenen- of burgerkampen gevangen genomen. Aanvankelijk steunt de Indonesische bevolking de Japanners, maar deze houding verandert naarmate hun situatie verslechtert. Miljoenen Indonesische mannen worden door Japan gedwongen te werk gesteld als romusha (dwangarbeider), onder andere aan de Birma-spoorweg. Ook Nederlandse en geallieerde krijgsgevangenen moesten onder dwang werken, onder meer aan de spoorweg. Duizenden Indonesiërs en Nederlanders komen hierbij om het leven.
Pas in augustus 1945 capituleert Japan en stopt de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Nog in diezelfde maand roept Indonesië echter de onafhankelijkheid uit. Na de daarop volgende gewelddadige ‘Bersiap’-periode slaan Nederlandse troepen hard terug in ‘politionele acties’. Onder internationale druk trekken de Nederlandse troepen zich eind 1949 terug uit deze dekolonisatieoorlog. Veel inwoners van Nederlands-Indië trekken naar Nederland. Vandaag de dag kent Nederland dan ook een nog zeer actieve Indische gemeenschap.

Japanse bezetting (1942-1945)

In januari 1942 valt het Japanse leger het eiland Tarakan voor de kust van Borneo (het huidige Kalimantan) binnen. De eerste gevechten...