Suriname

Suriname is gedurende de Tweede Wereldoorlog een Nederlandse kolonie. Hoewel het land niet wordt aangevallen door de Almogendheden raakt het wel betrokken bij de oorlog. Gedurende de oorlog worden de grondstoffen uit deze kolonie aangewend voor de geallieerde oorlogsvoering. Britse, Nederlandse, Amerikaanse en Braziliaanse troepen bewaken de bauxietmijnen in Suriname. Deze grondstof is van belang voor de productie van aluminium die gebruikt wordt voor de vliegtuigbouw. In 1942 wordt vanuit Nederlands-Indië een groep van 146 gevaarlijk geachte NSB’ers en enkele in Nederlands-Indië wonende Duitsers geïnterneerd in het werkkamp ‘Kamp Jodensavanne’. Deze bevindt zich in het enige gebied in de Amerika’s waar 17e-eeuwse Joden een autonome nederzetting hebben gehad, waarin vrijheid van godsdienst, rechtspraak aanwezig waren. Het gebied werd begin negentiende eeuw grotendeels verlaten en daarna door brand grotendeels verwoest. Het kamp wordt tot 15 juli 1945 voor dit doeleinde gebruikt. De gevangenen worden hier door de kampbewakers zeer slecht behandeld. Honderden Surinaamse vrijwilligers gaan als militair naar Nederlands-Indië.