Uitsluiting Joden

Tijdens de bezettingsjaren worden Joden stapsgewijs uit het openbare leven geweerd. Vanaf 1940 brengt de bezetter een administratieve scheiding aan tussen Joden en niet-Joden. Joden krijgen een J in hun persoonsbewijs en een eigen bestuur: de ‘Joodse Raad’. Ook worden Joden maatschappelijk uitgesloten. Ze mogen alleen nog naar ‘Joodse theaters’ en ‘Joodse winkels’ en ze mogen geen handel drijven of omgaan met niet-Joden. Vanaf 1942 moeten alle Joden in Nederland zelfs verhuizen naar een ‘Joodse wijk’.

Anti-Joodse maatregelen

De maatregelen van de nazi’s om Joden uit het maatschappelijke leven te weren, gelden vanaf november 1940 ook in bezet Nederland. Alle Joodse ambtenaren worden ontslagen en Joden hebben geen toegang meer tot openbare gelegenheden....

Joodse wijken en getto’s

Tijdens de bezettingsperiode stellen de nazi’s in heel Europa Joodse wijken en getto’s in. Dit zijn buurten of kleine steden waar alle Joden verplicht moeten wonen en leven onder vaak erbarmelijke omstandigheden. Zonder toestemming mogen...

Joodse raad

De Joodse Raad is een door de Duitsers ingesteld orgaan van Joden die de Joodse gemeenschap moet organiseren en besturen. De Duitsers geven hun maatregelen door en de Joodse Raad moet ze uitvoeren. De Joodse...

Ariërverklaring

Met een ariërverklaring, of ‘niet-Joodverklaring’, tonen mensen aan dat ze geen Joods bloed hebben. Op het papier staat precies aangeven wie iemands ouders en grootouders zijn en of ze Joods bloed hebben. De bezetter stelt...

Jodensterren

Om Joden goed herkenbaar te maken op straat, moeten alle Duitse Joden van zes jaar en ouder vanaf 1 september 1941 verplicht een ster op hun kleding dragen. In Nederland wordt de maatregel op 3...

Joodse werkkampen

Aan het einde van de crisisjaren dertig worden in Noord- en Noordoost-Nederland kampen gebouwd om werkloze mannen te huisvesten. In 1941 ontruimt de bezetter een aantal van deze kampen om plaats te maken voor Joodse...