27 januari 1945

Vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau wordt bevrijd

Sovjetsoldaten bevrijden op 27 januari 1945 concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. In het kamp zitten nog ongeveer 7500-8000 verzwakte gevangenen opgesloten. Naar Auschwitz zijn ongeveer 1,5 miljoen mensen gedeporteerd. Zo’n 1,1 miljoen mensen, voor het overgrote deel Joden, worden bij aankomst gelijk vergast of doodgeschoten. 200.000 andere gevangenen komen om door ziektes en honger of de bewakers sturen ze alsnog naar de gaskamers. In september 1944 bombarderen de geallieerden de fabrieken in de buurt van Auschwitz. Een maand later worden gaskamers buitenwerking gesteld en moeten de SS-ers die in Auschwitz werken het kamp ontruimen en sporen van de misdaden uitwissen. Hierbij wordt ook de kampadministratie vernietigd. Op dat moment zijn nog 155.000 gevangenen in leven. Een deel van de gevangenen wordt ondergebracht in concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk. Een andere deel moet in zogenoemde ‘dodenmarsen’ te voet richting Duitsland lopen. Hierbij vallen veel slachtoffers. Op 27 januari 1945 bevrijdt het Rode Leger het concentratie- en vernietigingskamp.