De inspiratie van… Esther Captain

Column

door Esther Captain – leesduur 3 minuten

Een genuanceerde blik op een gedwongen afscheid uit het paradijs

Op 4 mei 1945 capituleerde de bezetter en op 5 mei 1945 vierde de bevolking de bevrijding. Maar niet in Nederlands-Indië. Niet alleen duurde het tot 15 augustus 1945 voordat de Japanse bezetter zich overgaf. Ook brak meteen daarna de dekolonisatieoorlog tussen Nederland en Indonesië uit. Onderdeel van deze oorlog was de Bersiap-periode: een aantal maanden van ongekend extreme gewelddadigheid, met als in- zet de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië. Het boek Bersiap! – met het uitroepteken een passende titel omdat ‘bersiap’ de strijdkreet was van de voorvechters van de Indonesische onafhankelijkheid – gaat hier dieper op in.

Dit boek is voor mij een klassieker. Het handelt over de chaotische en rechteloze maanden tussen september 1945 en ruwweg maart 1946, veroorzaakt door het wegvallen van het centrale gezag na de Japanse bezetting. Japanners, Indonesiërs, Nederlanders en Engelsen pleegden oorlogsmisdaden die veel ooggetuigen blijvend zouden gaan kwellen. Vooral Indische Nederlanders moesten het ontgelden, omdat ze volgens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders te boek stonden als pro-Nederlands. In de woorden van auteur Herman Bussemaker: “De periode van de Bersiap bepaalde in hoge mate de identiteitsvorming van de Indische Nederlanders en droeg bij aan de massale terugkeer van Indische Nederlanders naar Nederland in de jaren vijftig, waar hen geen warm welkom wachtte.” Juist door de ordeloosheid en het gezagsvacuüm moet het voor Bussemaker als historicus lastig zijn geweest om te komen tot het genuanceerde beeld dat hij in zijn boek van deze periode weet te schetsen. Niet alleen geeft hij een overzicht van vrijwel alle Bersiap-kampen. Ook geeft zijn boek duiding aan de verschillende fasen van de Bersiap en de regionale verschillen binnen de archipel. Bersiap!, verschenen in 2005, is daardoor een naslagwerk geworden met een tijdloze waarde.

Het boek telt curieus genoeg twee ondertitels. Ik meen te begrijpen waarom dit zo is. De eerste ondertitel, Opstand in het paradijs, is geladen met emotie. Indonesië was voor Bussemaker niet zomaar een land, maar het land waar hij in 1935 werd geboren en opgroeide. Het was Bussemakers eigen paradijs.

Hij schreef het boek dus niet alleen als historicus, maar ook als (jonge) getuige en ervaringsdeskundige van het tijdvak dat hij in kaart bracht. Ook waren zijn latere echtgenote en schoonzuster ‘slachtoffer van de Bersiap’, aldus de opdracht in het boek. Dat maakt het des te bewonderenswaardiger dat Bussemaker wetenschappelijke afstand wist te combineren met persoonlijke betrokkenheid, resulterend in een zeer nauwgezette studie van deze chaotische tijd. Veel historici die zich met het Indische verleden bezighouden kennen deze dubbele opdracht, maar het is weinigen gegeven er zo effectief mee om te gaan. Eenzelfde vermogen kenmerkte Bussemakers voorzitterschap van het Indisch Platform, het overlegorgaan van de Indische gemeenschap dat fungeert als gesprekspartner van de Nederlandse regering. In zijn optredens als voorzitter en als historicus bleef hij altijd kritisch én beminnelijk. Herman Bussemaker overleed in december 2015. Hij wordt gemist.

 

Dr. Esther Captain is historica en werkzaam als hoofd Kenniscentrum aan de Hogeschool van Amsterdam.