Frieda Belinfante

Biografie

door Maaike Meijer – leesduur 4 minuten

Frieda Belinfante, geboren in 1904, was celliste, dirigente en tijdens de Tweede Wereldoorlog ook verzetsstrijdster. Ze viel op vrouwen, wat voor haar generatie niet kon. Vrouwen die dat toch deden, boeien me mateloos. Wie waren ze? Hoe gingen ze om met de relatieve onbekendheid van homoseksualiteit in combinatie met de afwijzing ervan zodra ‘men’ het eenmaal doorhad? En in welke bochten moesten ze zich wringen om vrij te kunnen leven en hun zelfrespect te behouden? Met veel interesse las ik daarom de boeiende biografie die Toni Boumans een paar jaar terug over Frieda Belinfante schreef.

Amoureus geheim

Frieda’s leven leest als een roman. Nog maar 17 jaar oud veroverde ze het hart van de pianiste en componiste Henriëtte Bosmans, bijna tien jaar ouder dan zijzelf. Ze gingen samenwonen, waarbij ‘Friedje’ alle zaken regelde – ook voor ‘Jettie’ – en zelfs Jetties dominante moeder op afstand wist te houden door zich totaal niet te laten intimideren. Jettie had echter ook affaires met mannen, terwijl de amoureuze aard van de relatie tussen Jettie en Frieda geheim moest blijven. In arren moede sloot Frieda op haar 26e een vriendschapshuwelijk met een collega-musicus. ‘Iedereen trouwde tenslotte, vroeg of laat, ook lesbische vrouwen’, zo dacht ze. Het huwelijk hield echter geen stand.

Frieda Belinfante (links) en haar geliefde Henriëtte Bosman in hun huis aan de Hendrik Jacobszstraat in Amsterdam. De foto werd ergens tussen 1927 en 1929 genomen. Foto: Wikimedia Commons – United States Holocaust Memorial Museum

In de jaren met Jettie werkte Frieda aan haar opleiding als celliste en trad ze zo veel mogelijk op om zo zelf haar kost te verdienen. Halverwege de jaren dertig kreeg ze ook succes als dirigent, waarbij ze een geheel eigen stijl ontwikkelde. Getooid met een kort krullend kapsel en gekleed in mooie elegante mannenkleren – zoals Marlene Dietrich in Der blauwe Engel – oefende ze met beheerste gebaren absolute controle over het orkest uit. Het door haar opgerichte Het Klein Orkest werd een begrip in Amsterdam. Haar autoriteit als dirigent werd geaccepteerd, al griefde het haar dat sommige ouders van leerlingen tegen haar gewaarschuwd werden. In bedekte termen, want het woord ‘lesbienne’ was nog niet ingeburgerd.

Valse papieren

Het opkomende nazisme zette het leven van Frieda nog eens extra op scherp. Haar nieuwe geliefde Dorry Kahn was Joods, zelf was ze half Joods, en ze leefde intens mee met Joodse vrienden en familieleden van vaderskant. In 1940 hief Frieda haar orkest op, om niet te hoeven meemaken dat ze haar Joodse musici zou moeten ontslaan en werk van Joodse componisten niet meer zou mogen uitvoeren. Ze was verbijsterd over het gemak waarmee de muziekwereld, waaronder ook het Concertgebouworkest, zich aanpaste aan de bezetter.

Zelf sloot Frieda zich aan bij de verzetsgroep van Willem Sandberg en Willem (Tiky) Arondeus en bij de illegale Groep 2000 van Jacoba van Tongeren. Ze organiseerde financiële steun voor musici die de ariërverklaring hadden geweigerd te tekenen en bekwaamde zich in het vervalsen van persoonsbewijzen. Samen met drukker Frans Duwaer produceerde ze maar liefst 70.000 valse papieren.

Ontwijken van opspraak

Het was dan ook als verzetsvrouw dat Frieda Belinfante in het vizier van de nazi’s kwam, niet als lesbische vrouw. Hoewel homoseksuelen in nazi-Duitsland op grote schaal vervolgd werden, gebeurde dat in Nederland nauwelijks. De nazi’s lieten het oppakken van homoseksuelen aan de plaatselijke politie over, die er weinig ervaring mee had. Homoseksualiteit was in Nederland nog relatief onbekend. Binnen hun vrijdenkende verzetsgroep werd de seksuele voorkeur van Belinfante en Arondeus wel geaccepteerd. Wat daarbij zal hebben geholpen, is dat Frieda er zelf ook geen moeite mee had. Ze had last van discriminatie als eerste vrouw die het waagde dirigent te willen worden, maar ging zelf niet gebukt onder haar geaardheid.

Aanslag

In 1943 speelden Belinfante en Arondeus zich door sabotage in de kijker van de nazi’s, nadat zij hadden bedacht dat het persoonsregister in het Amsterdamse bevolkingsregister zou moeten worden vernietigd. In dat register werden immers de duplicaten van persoonsbewijzen bewaard. Daarmee vormde het een gevaar voor al die mensen die zij inmiddels van een vervalst persoonsbewijs hadden voorzien. De zorgvuldig geplande aanslag op het archief slaagde: het register ging in vlammen op.

Als grootste sabotagedaad van het verzet in Nederland was de aanslag een succes. Helaas werden wel bijna alle mensen die aan deze aanslag hadden deelgenomen, verraden en vermoord. Frieda wist als een van de weinigen te ontkomen naar Zwitserland, als man vermomd. Na de oorlog kon ze in Nederland niet meer aarden. Terugkerende Joden waren niet welkom, velen die gecollaboreerd hadden bleven onbestraft en het Concertgebouw speelde weer alsof er niets gebeurd was. Ze vertrok naar Amerika waar ze – na haar veertigste – een spectaculaire en lange carrière maakte als dirigent. Ze vond nieuwe liefdes en overleefde door nooit meer over de oorlog te praten.

Frieda Belinfante omstreeks 1955. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 161691

De biografie die Toni Boumans aan Frieda’s leven wijdde is prachtig, gedragen door gedegen research en eminent leesbaar. De spirit van deze ongetemde vrouw spat van elke bladzijde af. Ik heb ervan genoten.

Toni Boumans, Een schitterend vergeten leven. De eeuw van Frieda Belinfante, Balans 2015.

Over de auteur

 

Maaike Meijer. Foto: Sacha Ruland

Maaike Meijer is emeritus hoogleraar genderstudies aan de Universiteit Maastricht en schrijft over poëzie, feminisme en lesbische geschiedenis. Zij publiceerde gewaardeerde biografieën van M. Vasalis (2011) en F. Harmsen van Beek (2018).


Foto bovenaan artikel

Frieda Belinfante, ergens tussen 1922 en 1930. Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 161690