Liefde of ‘seksueel collaboreren’?

Stand van het debat

door Fabian de Bont – leesduur 8 minuten

Vlak na de bevrijding was het feest voor velen, maar brak voor sommigen juist de zwaarste tijd van hun leven aan. Vrouwen en meisjes die in oorlogstijd iets met een Duitser hadden gehad of gekregen, werden publiekelijk aan de schandpaal genageld. Het is een geschiedenis die nog altijd gemengde reacties oproept

Wie denkt aan de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog krijgt hoogstwaarschijnlijk uitgelaten mensen met rood-wit-blauwe vlaggen op het netvlies, en vrolijk terugzwaaiende soldaten die op tanks door dorpen en steden rijden. Minder bekend – maar bekender dan het zwijgen erover doet vermoeden – zijn de beelden van jonge vrouwen die door Binnenlandse Strijdkrachten uit woningen en boerderijen worden gehaald en op karren door straten worden gereden. Op pleinen razen tondeuses door hun haar, op hun kale hoofdhuid verschijnen hakenkruizen van pek en menie en om hun nek worden bordjes met teksten als ‘moffenhoer’ gehangen. Dorps- en stadgenoten kijken joelend toe. Sommigen duwen de vrouwen op de grond, randen ze aan of verkrachten ze soms zelfs. En dat allemaal omdat deze vrouwen tijdens de oorlog een relatie met een Duitse soldaat hadden.

Een Eindhovense vrouw die de maîtresse van een Duitse soldaat geweest zou zijn, wordt na de bevrijding in 1944 neergeslagen en meegesleept over de straat. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 95237

“Aanpappen met de vijand”

In oktober 2018 riep de Stichting Werkgroep Herkenning, die de belangen van kinderen van ‘foute’ ouders behartigt, de Nederlandse regering op om excuses te maken voor het kaalscheren en vernederen van vrouwen die relaties aangingen met de bezetter. Deze oproep kwam een week nadat de Noorse regering excuses aanbood voor de behandeling van de vrouwen aldaar. In het kader van de 70e verjaardag van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens erkende premier Erna Solberg dat de Noorse overheid had weggekeken terwijl vrouwen werden vernederd, kaalgeschoren en zelfs het land werden uitgestuurd.

De oproep aan de Nederlandse regering om iets soortgelijks te doen, maakte veel reacties los. Was het aanbieden van excuses nou echt nodig? Sytze van der Zee, een schrijver en journalist die veel over de Tweede Wereldoorlog geschreven heeft en kind van een NSB’er is, noemde eventuele excuses in het tv-programma RTL Late Night bespottelijk. “Het is erg wat er is gebeurd, maar deze vrouwen wisten wat er zou gebeuren als ze zouden aanpappen met de vijand.” Echte excuses waren volgens hem alleen nodig voor de zes miljoen Joden en de verzetsstrijders die omkwamen.

140.000 relaties

Historisch onderzoek heeft blootgelegd dat het wat betrekkingen tussen Duitse mannen en Nederlandse vrouwen betreft om naar schatting 130.000 tot 150.000 relaties ging. Hieruit werden naar schatting zo’n 13.000 tot 15.000 kinderen geboren.1 Wat we ook weten, is dat in ten minste 121 Nederlandse dorpen en steden ‘moffenmeiden’ publiekelijk vernederd werden. Wie meer historische informatie zoekt over de behandeling van ‘moffenmeiden’ in Nederland, stuit op een summier historiografisch overzicht. Het leeuwendeel hiervan wordt geleverd door twee onderzoeken, waarvan het meest recente in april 2019 verscheen: Moffenmeiden van Rianne Oosterom.

Dat dit werk in de nasleep van de excuses-discussie is verschenen, is min of meer toevallig, want de publicatie van Oosterom (1992) borduurt voort op onderzoek van enkele jaren eerder, toen ze nog geschiedenis studeerde in Utrecht. Voor haar bachelorscriptie plaatste ze destijds diverse oproepen in lokale kranten en bladen om ooggetuigen van het kaalknippen te vinden. Na het voltooien van haar scriptie bleven de reacties binnenkomen – ze bleek zelfs in een straat in Utrecht te wonen waar een vrouw was kaalgeschoren en met teer een hakenkruis op haar hoofd getekend had gekregen.

Oosterom erkende de relevantie van het onderwerp en besloot er een boek over te schrijven. Daarbij beroept ze zich voor een deel op het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten van Monika Diederichs; het werk uit 2006 dat het andere deel van de historiografie vormt.

Kaalgeknipt, met pek besmeurd en met een hakenkruis op de wang getekend wordt een vrouw door de straten gevoerd. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 95264

Schaamte en trauma

Hoewel de beelden van het kaalknippen bekend zijn, wordt in Diederichs’ boek voor het eerst het stilzwijgen van de ‘moffenmeiden’ en hun verborgen leed doorbroken. Diederichs (1945) interviewde 56 Nederlandse vrouwen die relaties met Duitsers hadden. Ze merkte al snel hoe gevoelig het onderwerp ligt. Alle vrouwen in het boek hebben dan ook gefingeerde namen.

“Velen van hen hadden een geheim telefoonnummer uit angst en schaamte”, zegt Diederichs in 2018 in een interview met de Volkskrant. “Ze konden nauwelijks uit hun woorden komen, werden heel emotioneel als ze vertelden over de verkrachtingen, het kaalscheren op de pleinen, het rondgereden worden door het dorp of de stad. Ze waren allemaal, stuk voor stuk, ernstig getraumatiseerd.”

Voor Diederichs heeft het onderwerp persoonlijke relevantie, aangezien zij zelf in Duitsland werd geboren als liefdesbaby van een Nederlandse vrouw en een Duitse militair. Na de dood van haar vader keerde haar moeder met de 2-jarige Monika terug naar Nederland. “We werden er met de nek aangekeken.” Hoewel ze een halfbroertje en halfzusje had, mocht ze nooit met het gezin mee naar de kerk. “Dat kon niet; het kind van een Duitser hoorde niet in de kerk. Dat was fout.”

In haar boek laat Diederichs zien hoe het denken over het collaboreren en over de behandeling van ‘moffenmeiden’ zich na 1945 ontwikkelt. In de jaren na de oorlog is er nauwelijks ruimte voor nuance. Iemand was slachtoffer, verzetsheld óf collaborateur geweest. Wie het tijdens de oorlog met een Duitser had aangelegd, viel per definitie in de laatste categorie. Vanaf de jaren zestig spreken sociologen zelfs over ‘seksueel collaboreren’ – de vrouwen wisten immers dat de soldaten ‘de vijand’ waren. Maar Diederichs interviews maken duidelijk dat de redenen om met Duitse jongens om te gaan zeer uiteenliepen. Elke situatie was anders en veel relaties kwamen simpelweg voort uit liefde; over politiek of oorlog werd weinig gesproken. Vaak ging het om soldaten die bij gezinnen inwoonden – vooral op het platteland – en zich over het algemeen niet vijandig opstelden. “Niemand sprak over politiek, dat was voor beide partijen te gevaarlijk”, zo stelt een van de geïnterviewden. Een ander antwoordt geërgerd op de vraag of ze wist waar het nationaalsocialisme voor stond: “Wat kon ons dat nu schelen, wij vonden die jongens gewoon leuk.”

De Nederlandschen Volksdienst, opgericht om het maatschappelijk werk in Nederland te nazificeren, bood hulp aan ‘arische gezinnen’. Onder hen Nederlandse vrouwen die zwanger waren van een Duitser. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 04364

Glas pils van een mof

Bij verschijning werd Diederichs boek geprezen, maar er klonk ook kritiek op het eenzijdige karakter ervan. De historica laat immers de vrouwen die relaties hadden met Duitse soldaten uitgebreid aan het woord, maar de soldaten zelf helemaal niet. Fijn is daarom dat Oosterom in haar recente studie een veelzijdiger beeld probeert te geven.

Oosterom borduurt voort op het materiaal van Diederichs, zoals een aantal ongebruikte interviews en andere bronnen van de historica. Daarnaast voegde Oosterom een aantal zaken toe: ze sprak een vrouw die vernederd is, maar ook familieleden van vrouwen die het overkwam en mensen die de vernederingen op straat zagen gebeuren – de omstanders. Ook heeft ze beslag weten te leggen op nieuw materiaal, zoals een aantal enquêtes onder inwoners van Roosendaal in 1944 en 1945, waaruit duidelijk wordt hoe mensen kort na de oorlog dachten over ‘moffenmeiden’. Zo schrijft een dienstmeisje hoe boos ze is over wat sommige vrouwen is aangedaan. “De meisjes die ‘dag en nacht gedweild hebben met de moffen’ zijn niet opgehaald en geknipt. Maar iemand die wel eens een glas pils van een mof heeft aangenomen, wordt nota bene als eerste geschoren?” Kritiek is er ook op de willekeur waarmee de kappers sommige vrouwen wel en andere niet scheren – volgens sommigen worden armere vrouwen eerder aangepakt dan de meer vermogende.

Traditie van volksgerichten

Oosterom heeft alle informatie verwerkt tot een rijk boek met een verhalend karakter. De geïnterviewden worden personen van vlees en bloed, waardoor de lezer zich goed kan inleven. Niet alleen in de positie van vernederde vrouwen, maar ook in die van passieve omstanders, familieleden en mensen die zelf knipten of enthousiast aanmoedigingen schreeuwden. Ook het perspectief van de militairen komt aan bod. Daarmee toont Oosterom de gelaagdheid van de hele situatie. Ze laat zien hoe omstanders zich tijdens het knippen al schamen en hoe deelnemers aan deze volksgerichten zich achteraf schamen.

Mooi is ook dat Oosterom laat zien dat het kaalknippen van ‘moffenmeiden’ in een lange traditie van volksgerichten staat zoals die al eeuwenlang worden gebruikt om orde in de eigen gemeenschap te herstellen, buiten gerechtelijke of officiële instanties om. De kaalknipstraf kwam ook al in de bijbel, in de Romeinse tijd en tijdens de Eerste Wereldoorlog langs, vooral bij overspelige vrouwen. Volgens Oosterom gaat het bij de ‘moffenmeiden’ om het ‘deseksualiseren’ van de vrouwen, waarbij het lange haar voor hun vrouwelijkheid staat – het knippen vormt een symbolische schoonmaakbeurt.

Den Haag 1945: het kaalknippen zorgt zichtbaar voor veel plezier. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 95272

Of er in Nederland, net als in Noorwegen, excuses komen, is afwachten. Wel is de Stichting Werkgroep Herkenning inmiddels in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Volgens de werkgroep is na een tweede gesprek besloten om te zoeken naar ruimte in het onderwijs om meer aandacht te besteden aan dit onderwerp. De werkgroep heeft ook gevraagd om onderzoek te doen naar de rol van de toenmalige autoriteiten tijdens het kaalscheren en de mishandelingen van de ‘moffenmeiden’, want, zo benadrukt de werkgroep, die vrouwen zijn zonder vorm van proces berecht. In een reactie laat het ministerie van VWS weten begrip te hebben voor de impact van de gebeurtenissen, die na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog in Nederland plaatsvonden, op het leven van deze vrouwen en hun kinderen. Staatsecretaris Blokhuis erkent dat voor dat leed – toen, maar ook nu – lang geen oog is geweest. Er wordt gekeken of er op het gebied van kennis en educatie meer gedaan kan worden zodat een genuanceerder beeld ontstaat van hetgeen de vrouwen is overkomen. VWS en stichting Werkgroep Herkenning blijven met elkaar in gesprek over dit ‘proces’ van erkenning.

Al met al kunnen we stellen dat er in Nederland langzaam meer aandacht voor het onderwerp komt en er minder zwart-wit over wordt gedacht dan pakweg dertig jaar geleden. Daarbij lijkt ook het taboe op het onderwerp stilaan te verdwijnen. Zo worden de omstanders in Oosteroms boek bijna allemaal met naam en toenaam genoemd – ze willen praten over de gebeurtenissen.

Met Oosteroms boek als aanvulling op het uitgebreide pionierswerk van Diederichs is het te hopen dat naast de aangrijpende beelden die we al kenden, ook het leed dat achter deze taferelen schuilgaat langzaamaan deel gaat uitmaken van ons collectieve geheugen ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog.

Over de auteur

 

Fabian de Bont

Fabian de Bont (1990) is journalist en schrijver. Hij studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en volgde de master Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Van zijn hand verscheen eerder op npofocus.nl het artikel ‘Kaalgeknipt als vergelding: waar ligt de grens tussen goed en fout?’.


Noot

1 Monika Diederichs, Wie geschoren wordt moet stil zitten, Soesterberg 2006.

Verder lezen

Verder kijken

Andere Tijden besteedde in 2017 met haar uitzending Kind van de vijand aandacht aan kinderen van Duitse soldaten.


Foto bovenaan artikel

Kaalgeschoren en omringd door publiek worden ‘moffenmeiden’ in het oosten van het land door de Binnenlandse Strijdkrachten door de straten gevoerd. Beeldbank WO2 – Verzetsmuseum Zuid-Holland