In het nieuwe Suriname Museum in Amsterdam krijgt de Tweede Wereldoorlog de plaats die zij verdient binnen de Surinaamse geschiedenis. De tentoonstelling laat zien hoe Suriname cruciaal was voor de geallieerde oorlogsinspanningen, maar vertelt ook persoonlijke verhalen waarmee deze geschiedenis tot leven wordt gewekt.
Op de symbolische datum van 25 november 2025, vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Suriname, opende het Suriname Museum aan de Zeeburgerdijk in Amsterdam officieel de deuren. Op de website van het museum staat dat het museum er voor alle Nederlanders is en zich tot doel stelt een ‘grote kloof in het nationale geheugen’ te overbruggen door aandacht te besteden aan 350 jaar geschiedenis die Suriname en Nederland met elkaar delen.1

Informatiebord over de Chinese gemeenschap in Suriname. Bron: Suriname Museum.
Kennismaking met Suriname
Bezoekers maken eerst kennis met de rijke flora en fauna van het land. Het museum streeft er zichtbaar naar om de verschillende bevolkingsgroepen in Suriname allemaal tot hun recht te laten komen. Naast de inheemse, Afro-, Hindostaanse en Javaanse Surinamers is er ook aandacht voor kleinere gemeenschappen die niet altijd prominent in beeld komen zoals de Chinese en Libanese gemeenschappen en Boeroes. Van iedere groep wordt het verhaal van de komst naar Suriname verteld, natuurlijk met uitzondering van de inheemse bevolking die er al woonde. Dat gebeurt deels chronologisch aan de hand van objecten, documenten, afbeeldingen en korte verklarende video’s. Daarnaast zijn door de tentoonstelling heen ook verhalen van experts en ervaringsdeskundigen te zien en te horen die extra verdieping geven. Dat daar in de tentoonstelling steeds data en jaartallen bij worden gegeven, is van belang omdat niet iedereen het verloop van de Surinaamse geschiedenis scherp op het netvlies zal hebben.

Tijdlijn met belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Suriname. Bron: Suriname Museum.
Slavernij
Het is niet verwonderlijk dat het verhaal van de slavernij en zijn nasleep een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling vormt. De mensonterende omstandigheden waaronder mannen, vrouwen en kinderen van het Afrikaanse continent werden geroofd en naar Suriname werden vervoerd, wordt duidelijk gemaakt door maquettes van schepen die een indruk geven hoe de leefomstandigheden op de schepen waren. Naast aandacht voor de slaafgemaakten, is er ook aandacht voor de grote rijkdom die vooral de elite in de Nederlandse Republiek door de opbrengst van de plantages verwierf. De betrokkenheid van de stad Amsterdam in de Sociëteit Suriname, de grootaandeelhouder van de plantages in Suriname, wordt expliciet benoemd. Maar er is ook oog voor verzet, met name van de Marrons die aanvallen uitvoerden op plantages. De uiteindelijke afschaffing van de slavernij in 1863 luidde het begin van de komst van mensen uit Azië in die het werk van de voormalig tot slaafgemaakten overnamen. Hoewel ze juridisch vrij waren, waren hun werk- en leefomstandigheden niet noodzakelijkerwijs beter, zoals de tentoonstelling duidelijk laat zien. Ook hier is weer aandacht voor veerkracht en zelfredzaamheid van de betrokken gemeenschappen. Het museum wil ze duidelijk niet alleen als slachtoffers neerzetten. Uit de opgenomen levensverhalen van leden van de verschillende gemeenschappen spreekt kracht en het vermogen om tegenslagen en een zwaar leven te overwinnen. Het bewaren en doorgeven van de cultuur en de geschiedenis komt regelmatig terug in de getuigenissen die onderdeel uitmaken van de tentoonstelling.

Maquette van een slavenschip. Bron: Suriname Museum.
WO2: het belang van Suriname
Een brede gang op de eerste verdieping van het museum is gewijd aan de Tweede Wereldoorlog. Daarin neemt de bijdrage van Suriname en haar bevolking aan de oorlogsinspanningen een prominente plaats in. Het verhaal wordt vooral aan de hand van afbeeldingen en documenten verteld. Zo wordt op een tekstbord aangegeven dat de bevolking oog had voor het lot van de Joden in Europa en genegen was om Joodse vluchtelingen die via Portugal Nederland waren ontvlucht op te vangen, terwijl toenmalig gouverneur Kielstra daar minder positief op had gereageerd. Omdat de meeste vluchtelingen Suriname na de oorlog weer verlieten, raakte het verhaal in de vergetelheid tot de bekende schrijfster Cynthia McLeod het weer onder de aandacht van het publiek bracht zoals ze dat ook deed in een tentoonstelling over Anne Frank.
Navrant is de afbeelding van een proclamatie uit 1942 van diezelfde Kielstra naar aanleiding van het bezoek van prins Bernhard. Zonder enige ironie wordt in de proclamatie gememoreerd dat het voor het eerst sinds meer dan honderd jaar is dat een lid van het vorstenhuis – prins Hendrik – de kolonie bezocht. De replica van de proclamatie wordt vergezeld van twee andere afbeeldingen, een poster en een manifest op een wand, en lijkt met name bedoeld om de sfeer van oorlog en een zware tijd aan te geven. Wat meer context zou in dit geval welkom zijn geweest.
Het strategisch belang van Suriname lag in de aanwezigheid van grote voorraden bauxiet, noodzakelijk voor de productie van aluminium. Dit feit wordt breed uitgemeten in de tentoonstelling; te lezen valt dat 60 procent van alle bauxiet voor de geallieerde productie uit Suriname kwam, een cijfer dat niet veel bezoekers zullen kennen. Om de mijnen te beschermen werden Amerikaanse troepen in het land gestationeerd. Over de impact die dat op de bevolking van Suriname moet hebben gehad, wordt verder niet veel gezegd. Dat is jammer omdat er een emanciperend effect van uit is gegaan, zowel van het werk wat voor de oorlogsinspanning werd gedaan als de contacten met de Amerikanen.
Persoonlijke verhalen
Wel wordt aangegeven dat de bevolking zich op verschillende wijzen heeft ingezet en dat sommigen zich ook vrijwillig aanmeldden om dienst te nemen. Hier liggen kansen om het algemene verhaal te verrijken met persoonlijke verhalen. In 2012 verscheen Teken en zie de wereld van de hand van auteur Jules Rijssen.2 Daarin zijn door Rijssen opgetekende verhalen en herinneringen van mannen te lezen die zich hadden aangemeld voor de strijd tegen Duitsland en Japan. Het is een waardevolle bron van informatie die nauwelijks ergens anders terug te vinden is. In 2025 publiceerde Rijssen Heb je het verhaal van Hitler al gehoord… met daarin een breed scala aan verhalen en herinneringen over de Tweede wereldoorlog uit Suriname en de eilanden in Caribisch Nederland.3 Hier zou een scherm met verhalen een nuttige aanvulling op het geheel zijn.

Beeld van Anton de Kom. Bron: Suriname Museum.
Deze elementen zitten (nog) niet in de presentatie die vooral gericht is op het geven van feitelijke informatie. Persoonlijker wordt het bij het overzicht van mannen en vrouwen die zich hebben ingezet in de strijd tegen Duitsland. Van hen is Anton de Kom de bekendste. Vanwege zijn betrokkenheid bij het communistisch verzet werd hij in augustus 1944 door de Duitsers gearresteerd. Hij stierf in april 1945 in een buitenkamp van het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Maar ook de andere verhalen zoals dat van Elisabeth Bergen, een Surinaamse verpleegkundige die naar Nederland vertrok en daar tijdens de bezettingstijd Joodse onderduikers in huis nam. Na verraden te worden kwam ze in Dachau terecht en overleefde dat ternauwernood. Deze verhalen maken in al hun beknoptheid indruk. Het feit dat van diegenen wiens verhaal wordt weergegeven ook een afbeelding te zien is, maakt dat die verhalen ook dicht bij de bezoeker komen. Te lezen is dat velen hun verzet met de dood moesten bekopen.
Geen voetnoot
Voor wie wil weten wat er nu nog in Suriname terug te vinden is dat herinnert aan de Tweede Wereldoorlog kan terugvallen op de publicatie van historicus Esther Captain en antropoloog Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee, waarin een belangrijk overzicht te vinden is van locaties en objecten in Suriname en andere voormalige koloniën die verband houden met de oorlog.4
Concluderend kan worden vastgesteld dat de Tweede Wereldoorlog voor het Suriname Museum geen voetnoot maar een integraal onderdeel van de Surinaamse geschiedenis is. Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is belangrijk en verdient – hopelijk binnen afzienbare tijd – een aparte wisseltentoonstelling waarbij onder andere geput kan worden uit de publicaties van Rijssen en Captain en Jones. Nu laat het museum al zien hoe belangrijk het is om verhalen over de Tweede Wereldoorlog met elkaar te verbinden.
Over de auteur

Wim Manuhutu.
Wim Manuhutu is historicus en erfgoeddeskundige. Van 1987 tot 2009 maakte hij deel uit van de directie van het Moluks Historisch Museum in Utrecht. Sinds 2019 is hij parttime als docent Geschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de (post)koloniale geschiedenis van Nederland.
Noten
1 Zie voor het missiestatement van het museum: https://surinamemuseum.nl/museum/
2 Jules Rijssen, Teken en zie de wereld. Oorlogsveteranen en Suriname, LM Publishers, Amsterdam 2012.
3 Jules Rijssen, Heb je het verhaal over Hitler al gehoord… Suriname en de Antillen. Beeldvorming over WOII, LM Publishers, Edam 2025.
4 Esther Captain, en Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee; De erfenis van de Tweede wereldoorlog in Aruba, Curaçao, Indonesië en Suriname. Amsterdam: Bert Bakker, 2010.
Foto bovenaan artikel
Het Suriname Museum aan de Zeeburgerdijk, te Amsterdam. Bron: Wikimedia Commons.