Onzichtbare Congolese oorlogshelden

Analyse

door Frank Gerits – 25 mei 2026

Congolese koloniale troepen voerden in Ethiopië een cruciale strijd tegen het fascisme. Toch bleven zij net als een aantal Belgo-Congolese verzetshelden lange tijd onzichtbaar in het Belgische herinneringslandschap. Waarom is dat? En wat maakt dat er nu toch langzaam ruimte komt voor hun verhalen? 

Jean Johny Vosté was de enige man van Afrikaanse origine in concentratiekamp Dachau. Op 23 juni 2024 werd hij in zijn thuisstad, Mechelen, geëerd. Hoewel buitenlandse onderzoekers al sinds 2000 van zijn bestaan afwisten, raakte zijn verhaal pas met de publicatie van Wannes Peremans’ Waar is Johny? De zoektocht naar een Congolese Belg in Dachau in 2022 ook bekend bij een breder publiek in België.1

Deze foto is net na de bevrijding van Dachau genomen. Jean Johny Vosté staat in het midden (met de rode sjaal). Bron: United States Holocaust Memorial Museum / Colonel Alexander Zabin.

Ook het verhaal van Augusta Chiwy, een Belgo-Congolese die zich vrijwillig inzette als verpleegster tijdens het Ardennenoffensief in 1944-1945, kende een moeilijke weg van internationaal onderzoek naar een breder Belgisch doelpubliek. Chiwy dook al op in Stephen Ambrose’s Band of Brothers uit 1992 en de gelijknamige televisieserie uit 2001. In juli 2015 won een documentaire met de titel Searching for Augusta een Emmy voor beste geschiedenisdocumentaire.2 In 2017 publiceerde de documentairemaker, Martin King, ook een boek over Augusta.3 Maar pas in 2019 besteedde het 101st Airborne Museum in Bastogne, gewijd aan de laatste poging van nazi’s om de oorlog te keren in de Belgische Ardennen, aandacht aan haar verhaal.

Augusta Chiwy in 1943. Bron: Airborne Museum Sainte Mère Église.

Het is dus een vrij recent verschijnsel dat mensen van Afrikaanse origine die verzetsdaden hebben gepleegd nadrukkelijker aan bod komen in herdenkingen en in tentoonstellingen. Dat geldt ook voor de veldslagen van de Afrikaanse koloniale troepen in Congo, de zogenaamde Force Publique. Die zijn eveneens weinig bekend bij een breed publiek, hoewel Maurice Lovens reeds in 1975 zijn uitgebreide geschiedenis L’effort militaire de guerre du Congo belge (1940-1944) publiceerde.4 En dat terwijl de Abessinische veldtocht en het beleg van Saio in juni 1941, waarbij de Congolese koloniale troepen de overgave van de Italiaanse soldaten afdwongen, een zware nederlaag betekenden voor de fascisten van Benito Mussolini die het onafhankelijke Ethiopië hadden bezet.5

De vraag is waarom Congolese soldaten en verzetshelden zo lang onzichtbaar bleven in de geschiedenisboeken en het Belgisch collectieve geheugen, en waarom er pas sinds kort aandacht is voor de Congolese en niet-witte perspectieven van de Tweede Wereldoorlog.

Een Congolese soldaat, circa 1941/1942.  Bron: Annemarie Schwarzenbach / Swiss National Library (publiek domein).

Racisme en collaboratie-vergoelijking

Racisme is een belangrijk eerste antwoord op die vraag. Het expeditiekorps van de Force Publique, dat in het Midden-Oosten was gestationeerd, mocht niet deelnemen aan de bevrijding van het Europese continent.6 Bovendien werd vanaf de oprichting van de Congo Vrijstaat in 1885 door Koning Leopold II een beleid opgezet om zo veel mogelijk Congolezen buiten België te houden (dat na de overname door de Belgische staat in 1908 voortduurde). In 1900 werd een tweejarig project van de Gentse priester Van Impe, waarbij Congolese schoolkinderen in België les volgden, opgedoekt. Alle leerlingen werden teruggevoerd naar de kolonie.7 Belgo-Congolese verzetslieden waren daarom vaak metissen – kinderen geboren uit relaties tussen Afrikaanse vrouwen en Europese mannen die werkten in een van de Belgische kolonies – die door hun witte vader al dan niet legaal meegenomen waren naar België, of ‘boys’ die in België als huispersoneel werkten voor de familie die ze reeds in de kolonie hadden gediend.8

De Congolese bijdrage is echter ook vergeten omwille van de typisch Belgische herinneringscultuur rond de Tweede Wereldoorlog. Deze werd lange tijd gekenmerkt door een vergoelijkende houding ten aanzien van collaborateurs binnen de Vlaamse Beweging. Tijdens de oorlogsjaren werkten partijen zoals het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) van Staf De Clercq massaal samen met de Duitse bezetter. Na de bevrijding werden collaborateurs in eerste instantie berecht en belaagd door de bevolking. Hierbij werden vrouwen mishandeld en werden mensen opgesloten in de kooien van de Antwerpse dierentuin. Maar na deze periode van repressie werd de collaboratie al vrij snel voorgesteld als de keuze van misleidde, goedbedoelende nationalisten die meenden de Vlaamse zaak te dienen zonder daadwerkelijk het fascisme aan te hangen.

In de jaren 60 zou de grootste partij van België, de Christelijke Volkspartij (CVP) – die zelf veel oorlogsburgermeesters in haar rangen had – die houding ook aannemen om in de vijver van het Vlaams-nationalistische ongenoegen te vissen. Tot diep in de jaren 70 was het normaal om te dwepen met collaborateurs zoals August De Wilde. In Franstalig België ontwikkelde zich een herinneringscultuur die vergelijkbaar is met die in Nederland, waarin de nadruk werd gelegd op de verdiensten van het verzet en vaderlandsliefde. De bijdragen van Congolezen passen moeilijk in beide verhalen. Een pro-Belgische houding leek niet goed te passen bij Congolezen die zich in 1960 losrukten van het Belgische moederland, en in de tweestrijd om de herinnering tussen collaborateurs en het verzet was een derde partij lastig in te passen.9

Koningskwestie

Je kunt stellen dat de kluwen van collaboratie en verzet in twee landsdelen lange tijd gewoonweg geen plaats bood om Congolese verzetshelden te eren. Als minderheid werden zij weggedrukt, zeker vanaf het midden van de jaren 70, toen 8 mei wegviel als officiële feestdag en beide wereldoorlogen herdacht moesten gaan worden op Wapenstilstandsdag op 11 november. Deze dag richt de aandacht vooral op de Eerste Wereldoorlog en de modder van Ieper.

Ook de rol van Congo tijdens WO2 zorgde voor stilte. David van Reybrouck stelt in zijn populaire boek Congo, een geschiedenis dat er “numeriek […] beduidend minder effectieve bijdragen” waren van de Congolese Force Publique “dan tijdens de campagnes van de Eerste Wereldoorlog”, waardoor de herinnering in Kinshasa zelf ook aan het opdrogen is.10 De Afrikaanse campagnes spelen echter vooral een kleine rol in de collectieve herinnering omwille van de Koningskwestie.

In mei 1940 ontstond een conflict tussen Leopold III en de regering. De autoritaire vorst wilde zijn ministers niet in ballingschap volgen, capituleerde en onderhandelde zelfs met Hitler in Berchtesgaden. Eind augustus stuurde de koning, via een ambassadeur, de zogenaamde ‘instructies van Bern’, waarin gesteld werd dat Congo na de capitulatie van het moederland niet langer streed aan de zijde van de geallieerden. Gouverneur-generaal Pierre Ryckmans en minister van Koloniën Albert de Vleesschauwer wilden Congo echter gebruiken om de strijd voort te zetten, door de gedwongen arbeidsinspanningen van de koloniale populatie te verhogen en de Force Publique te mobiliseren. Op die manier werd Congo naar het hart van de Koningskwestie gekatapulteerd, een crisis die België op de rand van de burgeroorlog bracht. Een volksraadpleging over de terugkeer van de koning liet zien dat het Vlaamse deel hem terug op de troon wilde en het Waalse deel hem liever kwijt was. Het leidde tot harde protesten en stakingen, die de verdeeldheid tussen de twee taalgroepen versterkten. De herinnering aan de Congolese oorlogsinspanning werd weggedrukt door deze existentiële crisis van het Belgische staatsbestel.11

De Congolese leider Patrice Lumumba in Brussel, januari 1960. Bron: Nationaal Archief / Harry Pot / Fotocollectie Anefo (publiek domein).

Black Lives Matter

Rond 2020 kwam er pas meer aandacht voor de Congolese verzetshelden en soldaten. Drijvende kracht achter deze verandering was een generatie van jonge mensen die weinig voeling hebben met de geschiedenis van het koloniale paternalisme, de Vlaamse collaboratie en de Koningskwestie, alsook een grotere groep van Belgen met Congolese wortels. De Black Lives Matter-protesten in solidariteit met George Floyd die in 2020 plaatsvonden in Brussel vormden de aanleiding voor een reeks initiatieven waarbij België opnieuw naar het koloniale verleden keek en pogingen deed tot herstel.

In juni 2022 werd het stoffelijk overschot van de door België vermoorde Congolese premier Patrice Lumumba teruggegeven. In december 2022 probeerde de Bijzondere Kamercommissie koloniaal verleden lessen te trekken. De commissie, in allerijl opgericht na de Black Lives Matter-protesten, bestond uit historici die de opdracht kregen een stand van zaken op te maken van het bestaande onderzoek naar het koloniale verleden, evenals mogelijke lessen die daaruit kunnen worden getrokken. Excuses voor koloniale misdaden werden echter niet aangeboden.

Cover van Een verzwegen leven. Bron: Uitgeverij Vrijdag.

In het zog van deze initiatieven zagen boeken over Belgo-Congolezen in het verzet het licht en kregen bestaande kleine herdenkingen meer aandacht. In 2022 schreven Eva Kamanda en Kristof Bohez Een verzwegen leven, over verzetshelden François Kamanda en Isidore Bataboudila.12 In datzelfde jaar verscheen het eerdergenoemde boek over Johny Vosté en kreeg Augusta Chiwy media-aandacht. In augustus-september 2024 organiseerde het verzetsmuseum in Anderlecht de tentoonstelling Verzetsstrijders van Congolese afkomst in het Belgisch Verzet 1940-1945. Deze vormde voor Europarlementariër Pierrette Herzberger-Fofana aanleiding om samen met Marie-Colline Leroy, staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit, een ceremonie te organiseren waarin deze verzetsstrijders met Afrikaanse wortels voor de eerste keer gehuldigd werden. De staatssecretaris was op 11 november 2023 namens de federale regering ook al aanwezig op een plechtigheid bij het Monument voor de Troepen der Afrikaanse Veldtochten in Schaarbeek. Dit gedenkteken werd in 1970 opgericht door Urfracol, een belangengroep van oud-kolonialen. Door hedendaagse herdenkingen bij dit monument tracht de vereniging voor de Congolese diaspora Bakushinta deze plek, van oudsher gericht op de instandhouding van de koloniale mythe van een broederstrijd tussen kolonisator en gekoloniseerde, om te vormen tot een plek van respect en dekolonisering.13

Poster van de tentoonstelling ‘Verzetsstrijders van Congolese Origine in het Belgisch Verzet 1940-1945’. Bron: Musée de la Résistance de Belgique.

Blinde vlek

Deze kleine initiatieven kregen ook zuurstof door een bredere verschuiving binnen de Belgische samenleving, waarbij steeds meer aandacht komt voor verzetslui. Helden van het Verzet is zo’n initiatief met een uitgesproken politieke insteek, dat 8 mei beschouwt als een overwinning van links op het fascisme en als aanklacht tegen de groeiende verrechtsing van de samenleving. Daarmee onderscheidt het zich van wetenschappelijke instellingen die al jaren onderzoek doen naar het verzet, zoals het CEGESOMA, een studiecentrum over de Tweede Wereldoorlog, en Kazerne Dossin, een gedenkplaats, museum en onderzoekscentrum over Holocaust en mensenrechten. Sinds 2020 zet Helden van het Verzet zich in om de namen van Belgische verzetslieden bekend te maken bij een breder publiek, onder meer via een voorleesmarathon van namen in de week van 8 mei.14

Kortom, steeds meer initiatieven die de herinnering van de wereldoorlogen levendig houden willen Belgo-Congolese verzetshelden en de soldaten van de Force Publique integreren in hun herdenkingen. Paul Panda Farnana, een Congolese landbouwkundige die lid werd van het Congolese vrijwilligerskorps tijdens de Eerste Wereldoorlog, is zelfs opgenomen in de Canon van Vlaanderen.15 Toch is Congo nog geen vanzelfsprekend onderdeel van de Tweede Wereldoorlog. Een grote blinde vlek zijn de arbeiders in Congo die gedwongen werden harder te werken, onder dwang voor lage lonen, om de Belgische oorlogsmachine draaiende te houden. Zij waren held, dader noch slachtoffer van het nazisme, maar slachtoffers van een België dat één verwerpelijk ideologisch systeem, het imperialisme, gebruikte om het fascisme – een ander verwerpelijk ideologisch project – te breken.16 Deze mensen een plaats geven in een herinnering die vandaag nog ad hoc is, zal nog veel reflectie en werk vragen.

Over de auteur

Frank Gerits.

Frank Gerits is universitair docent Internationale Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en Research Fellow bij de International Studies Group aan de University of the Free State in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Zijn eerste boek, The Ideological Scramble for Africa: How the Pursuit of Anticolonial Modernity shaped a Postcolonial Order, 1945-1966, verscheen in 2023 bij Cornell University Press. Momenteel werkt hij aan een nieuwe monografie getiteld Climate Change: An International Political History en aan het project ‘Moral Empire: Belgium and the Global South (1830-2022)’, gefinancierd door NWO.


Noten

1 Clarence Lusane, Hitler’s Black Victims: The Historical Experiences of European Blacks, Africans and African Americans During the Nazi Era. Taylor & Francis Group, 2002, p.  205; Wannes Peremans, Waar Is Johny? De Zoektocht Naar Een Congolese Belg in Dachau. Borgerhoff & Lamberigts, 2022.

2 Stephen E. Ambrose, Band Of Brothers. Simon and Schuster, 1992; ‘Review: Searching for Augusta: The Forgotten Angel of Bastogne by Martin King’, 19 december 2018, https://dearauthor.com/book-reviews/review-searching-for-augusta-the-forgotten-angel-of-bastogne-by-martin-king/; ‘Episode Guide: Band of Brothers’, 2001, https://www.imdb.com/title/tt0185906/.

3 Martin King, Searching for Augusta: The Forgotten Angel of Bastogne. Lyons PR, 2017.

4 Maurice Lovens, L’effort Militaire de Guerre Du Congo Belge (1940-1944). Cédaf, 1975.

5 Guy Vanthemsche, Congo: De Impact van de Kolonie Op België. Lannoo, 2007, p. 123. Over de impact van de veldtocht in Abessinië op de structuur van de Force Publique zie: César Desaintghislain, L’impact de La Campagne d’Abyssinie Dans l’histoire de La Force Publique Congolaise (Janvier – Juillet 1941), UCLouvain, 2019.

6 Guy Vantemsche, ‘De Twee Wereldoorlogen: Een Keerpunt in de Geschiedenis van Congo en de Congolezen’. In: Idesbald Goddeeris, Guy Vanthemsche & Amandine Lauro (red.), Koloniaal Congo: Een Geschiedenis in Vragen. Pelckmans Uitgevers, 2020, p. 67.

7 Mathieu Zana Etambala, ‘De Congolese Gemeenschap in België: Een Ongewild ‘neveneffect’ van de Koloniale Overheersing’. In: Idesbald Goddeeris, Guy Vanthemsche & Amandine Lauro (red.), Koloniaal Congo: Een Geschiedenis in Vragen. Pelckmans Uitgevers, 2020, p. 199.

8 Valentine Dewulf & Ornella Rovetta, ‘Fixer des parcours, négocier des décisions: L’enfance métisse au prisme des commissions de tutelle au Congo belge (1890-1960)’. Revue d’histoire contemporaine de l’Afrique nr. 9 (september 2025), p. 31–50, https://doi.org/10.51185/journals/rhca.2025.0903.

9 Denise Schreuder & Koen Aerts, ‘”Dat begrijp je wel als je later groot bent” : een beschouwing over hardnekkige mythes in de Vlaamse erfenis van collaboratie’. IMPACT MAGAZINE  nr. 1 (2025), p. 41–44.

10 David Van Reybrouck, Congo. Een Geschiedenis. De Bezige Bij, 2010, p. 204.

11 Vanthemsche, Congo: De Impact van de Kolonie Op België, p. 121.

12 Eva Kamanda & Kristof Bohez, Een verzwegen leven: Onze Congolese geschiedenis in België. Vrijdag Uitgevers, 2022.

13 ‘Le souvenir des soldats africains, victimes des deux conflits mondiaux, ravivé à Schaerbeek’, 11 november 2024, https://www.rtbf.be/article/le-souvenir-des-soldats-africains-victimes-des-deux-conflits-mondiaux-ravive-a-schaerbeek-11461832. En: ‘Voor het eerst herdenkt federale regering Congelese soldaten op Wapenstilstand’, 10 november 2023, https://www.bruzz.be/samenleving/voor-het-eerst-ooit-herdenkt-federale-regering-congelese-soldaten-op-11-november-2023.

14 ‘Helden van het verzet’, https://heldenvanhetverzet.be/over-ons.

15 De Canon van Vlaanderen in 60 Vensters: De Geschiedenis van Onze Regio in Zestig Vensters, Onafhankelijk Samengesteld Door Experten. Borgerhoff & Lamberigts, 2023.

16 Vantemsche, ‘De Twee Wereldoorlogen: Een Keerpunt in de Geschiedenis van Congo en de Congolezen’, p. 69.


Foto bovenaan artikel

Congolese soldaten, circa 1941/1942.  Bron: Annemarie Schwarzenbach / Swiss National Library (publiek domein).