Het Wereldmuseum Amsterdam opende dit jaar de tijdelijke tentoonstelling Onvoltooid verleden: Teruggeven, houden, of…?, waarmee het de bezoeker meeneemt in het verhitte vraagstuk over restitutie. Door een kijkje achter de schermen – en in de collecties – te geven, stelt het museum zich ogenschijnlijk kwetsbaar op. Maar door het museum centraal te stellen, wordt ook veel verbloemd.
Het Wereldmuseum Amsterdam is al decennialang zoekende naar een nieuwe rol in een dekoloniserende context. Dat geldt natuurlijk voor veel musea op de wereld, maar met name voor etnografische musea die veelal een directe oorsprong hebben in exploitatieve koloniale handel of expo’s. Deze musea met vergaande koloniale wortels moeten zichzelf geheel opnieuw uitvinden om in de huidige dekoloniale tijd een vernieuwde rol te kunnen spelen.1
Er is bij het Wereldmuseum Amsterdam veel veranderd de afgelopen jaren. De traditionele opstellingen per geografisch gebied, die als diorama’s inzicht moesten geven in (voormalige) koloniën, werden jaren geleden al vervangen. De naamsverandering van het Tropenmuseum en de organisatorische samenwerking van de Nederlandse Wereldmusea was een logisch onderdeel van zijn veranderende rol. De missie van het museum veranderde ook, door te wijzen op gezamenlijke menselijkheid in diversiteit en door nadruk te leggen op de verbindingen tussen het verleden en het heden. Maar zelfs met een nieuwe missie blijft de worsteling bestaan: welke plek geef je het eigen koloniale ‘verleden’ als dat aan alle kanten doorwerkt? En welke veranderingen zijn er dan nodig in de kern van het museum: zijn collectie?
Words Matter
Het Wereldmuseum neemt veelvuldig deel aan (inter)nationale onderzoeksprojecten die deze koloniale facetten bestuderen en proberen aan te pakken. De publicatie van het boek Words Matter (2018), met openhartige voorbeelden van aangepast woordgebruik, maakte merkbaar impact in de museale sector.2 Intern werd dit voortgezet met het bestuderen en herzien van de categorieën en benamingen in het collectieregistratiesysteem. Objecten in de collecties worden onderzocht op hun herkomst en tegelijkertijd worden nieuwe objecten verzameld die expliciet andere verhalen en geschiedenissen behelzen, bijvoorbeeld protestborden van de beweging Kick Out Zwarte Piet.
In vaste en tijdelijke tentoonstellingen krijgen bezoekers toegang tot zulke meerstemmige vertellingen van het verleden. Niet zelden is hierbij ook ruimte voor zelfreflectie vanuit het museum, vaak in combinatie met gevraagde interventies van hedendaagse kunstenaars als kritische blik van buiten.3 Gaandeweg is er ook in de bredere Nederlandse samenleving meer bewustzijn gegroeid voor de slachtoffers van het koloniale ‘verleden’ en de noodzaak om hier ruimte voor te maken binnen musea, erfgoedinstellingen en geschiedenissen.
Deze stapsgewijze verandering tekent zich mooi af in de drie opeenvolgende dekoloniale tentoonstellingen bij het Wereldmuseum Amsterdam.4 Als verkenning presenteerde het museum eerst Heden van het slavernijverleden (2017-2021), een relatief kleine tentoonstelling die haar dekoloniserende doel nog grotendeels beperkte tot het thema slavernij. Bij bezoekers werden expliciet feedback en inzichten opgehaald in een centraal deel van de tentoonstelling. Deze proeftentoonstelling was de voorzet voor de nieuwe vaste tentoonstelling Onze koloniale erfenis. Deze opende in 2022 en reflecteert breder op de huidige doorwerking van verscheidene koloniale erfenissen. Dit jaar volgde Onvoltooid verleden (2025-2027), eveneens op de eerste verdieping, als een soort epiloog die zowel fysiek als narratief logisch aansluit bij Onze koloniale erfenis.

Enkele objecten met hun cataloguskaartjes. Foto: Csilla Ariese, 2025
Binnenstebuiten
Onvoltooid verleden, de tentoonstelling die nu te zien is, poogt bezoekers een kijkje in de keuken te geven en hen te activeren om een mening te vormen in de restitutiekwestie. Wat te doen met museale objecten waarvan teruggave wordt verzocht door staten of gemeenschappen van herkomst? De tentoonstelling begint met een overweldigende blik in de collecties. Tussen twee goed verlichte glazen vitrines door draait een video met korte opnames uit verschillende delen van het museumdepot. Levensgroot sta je, eventjes in de rol van collectiemedewerker, voor de eindeloze rijen speren, tussen stellingen vol meubels en kledingrekken met jassen van dierenvachten. De objecten in deze eerste vitrines dragen nog hun cataloguskaartjes die normaal gesproken uit het zicht in het depot achterblijven. Het ontwerp van de rest van de tentoonstelling versterkt het gevoel dat je je in een depot bevindt, achter de schermen. De objecten staan tentoongesteld op stapels plastic opbergbakken.
De bezoeker moet zich in deze opzet actief mengen in het restitutiedebat. De verschillende thematische delen van de tentoonstelling zijn gebundeld onder prangende vragen (waarop het museum zelf op deze plek weinig antwoorden geeft): “Hoe zijn objecten in de collectie gekomen?”, “Was het toen legaal of geroofd?”, “Is een geschenk gewoon een geschenk?” en “Wie bepaalt de waarde van objecten?”

Een tentoonstellingstekst met vragen. Foto: Csilla Ariese, 2025
Deze issues worden geïllustreerd door enkele van de bijna half miljoen voorwerpen uit de collecties van de Wereldmusea. Met een wat uitgebreidere tekst worden de koloniale herkomstverhalen van deze objecten verteld, waarbij ook kritiek op historische verzamelaars en koloniale machthebbers niet wordt vermeden. Kunstinstallaties en kunstwerken van hedendaagse kunstenaars voegen een nog veel kritischer stem toe aan de tentoonstelling. Zij onderstrepen de historische overtredingen die in het heden worden voortgezet door het letterlijk opsluiten van voorouders in de vorm van hun menselijke resten en hun bezittingen in ontoegankelijke depots. De tentoonstelling toont tenslotte enkele video’s van restitutieprocessen van het Wereldmuseum die zijn afgerond, waarbij voorouders en bezittingen zijn teruggekeerd naar hun oorspronkelijke gemeenschappen. Tot slot vraagt ze de bezoeker: hoe verder?
Herkomstonderzoek
Er blijven ongemakkelijke vragen in de ruimte hangen. Dat heeft onder meer te maken met de sterke focus op herkomstonderzoek in de tentoonstelling. Dat is deels organisatorische logica: de tentoonstelling komt voort uit het vierjarige onderzoeksproject Pressing Matter (2021-2025, gecoördineerd vanuit de Vrije Universiteit Amsterdam) waarbinnen herkomstonderzoek ook al een grote focus had. Met herkomstonderzoek wordt uitgezocht, grotendeels door archiefonderzoek, hoe voorwerpen in musea zijn terechtgekomen: wie heeft het object wanneer verzameld, en hoe is het via erfenissen, veilingen, aankopen, collectieruil en andere processen in de collectie terechtgekomen?
Het Pressing Matter-project is overduidelijk zichtbaar in Onvoltooid verleden, van de oranje accentkleur tot de prominente videoschermen waarop Pressing Matter-onderzoekers levensgroot toelichting geven, en de schermen die je kunt gebruiken om van een aantal objecten het herkomstonderzoek in te zien. Het zwaartepunt van de tentoonstelling blijft daarmee liggen bij herkomstonderzoek, met het museum als vertrekpunt en de herkomstonderzoeker in de hoofdrol.
Kwetsbaarheid met mate
Hoewel het Wereldmuseum zich in Onvoltooid verleden kwetsbaar probeert op te stellen, kunnen er ook een aantal kritische kanttekeningen bij deze tentoonstelling gezet worden. De museale teksten zijn weliswaar kritisch, maar voornamelijk als het gaat om het verleden, als het gaat over wetenschappers en missionarissen die vanuit een koloniaal systeem culturele voorwerpen hebben ‘verzameld’ of ‘gekocht’. Of als wordt benoemd dat musea destijds “wellicht niet altijd op de hoogte [waren] van de manier waarop de voorwerpen waren verworven, maar wel gebruik [maakten] van het koloniale systeem dat deze handel mogelijk maakte”.
Echter, door de kritiek te beperken tot het verleden, maakt de tentoonstelling te weinig ruimte voor hedendaagse kritiek op restitutieprocessen. Die lag weliswaar buiten het doel van het Pressing Matter-project, maar hier had de tentoonstelling wel voor een bredere behandeling mogen gaan. Het feit dat restitutie momenteel geïnitieerd moet worden door gemeenschappen van herkomst is één zo’n potentieel zwaktepunt, onder meer omdat het voor deze gemeenschappen vaak lastig te achterhalen is welke voorwerpen zich waar bevinden. Er zijn voorbeelden geweest van restitutie zonder verzoek uit het herkomstland die als zeer top-down werden ervaren, die deze westerse beleidskeuze deels verklaren. Maar door eigen proactieve restitutieprocessen te beperken, houdt het museum vergaande macht over het behoud van zijn collecties. Gemeenschappen van herkomst zijn ook niet altijd te spreken over de tijd die musea steken in herkomstonderzoek, een noodzakelijk onderdeel van de voorbereiding voor potentiële restitutie. Zij zien dit als een vertragingstactiek.

Onderdeel van de installatie To Make One Particle, Pansee Atta. Foto: Csilla Ariese, 2025
Door in de tentoonstelling alleen enkele succesverhalen van restitutie te tonen, blijft ook het diepe koloniale trauma van roofkunst buiten beeld en ligt zelfgenoegzaamheid op de loer. Want hoe zit het met de gevallen waarbij het restitutieproces omstreden verloopt? Zeker wordt via een imponerende installatie het voorbeeld getoond van een mozaïekschedel uit de collectie van het Wereldmuseum Leiden die in 2024 door de Nederlandse regering werd teruggeven aan de Mexicaanse staat. Hierbij werden inheemse initiatieven genegeerd. De verantwoordelijkheid wordt hier neergelegd bij het door de overheid bestuurde restitutieproces dat alleen restitutie tussen twee staten toestaat. Meer kwetsbaarheid over niet-succesverhalen en eigen tekortkomingen zou eerlijker inzicht geven in het moeizame dekoloniale proces en de lange weg die nog te bewandelen is.
Bovendien wordt door het veelvuldige gebruik van vragen de verantwoordelijkheid om een positie te kiezen in het restitutiedebat bij de bezoeker gelegd. Het museum komt zelf niet openlijk met sterke standpunten of overtuigingen, neemt geen positie in en blijft daardoor vals-neutraal op de achtergrond. En dat terwijl het Wereldmuseum wel degelijk een actor is in het Nederlandse restitutiebeleid en hierop invloed kan uitoefenen. Zo blijft nu voor de bezoeker onzichtbaar of er interne discussies gaande zijn over restitutie en waar dit schuurt met het fundamentele doel waarvoor het museum destijds is opgericht. Een eigen toekomstvisie van het Wereldmuseum rond teruggave of behoud blijft buiten beeld. Inderdaad: hoe verder?
Gekoesterde objecten
Vanuit het raamwerk van een dekoloniale museumpraktijk had het Wereldmuseum Amsterdam nog wel enkele moedige stappen kunnen zetten naar meer kwetsbaarheid, openheid en decentralisatie. Onvoltooid verleden spreekt met een neutraliserende, anonieme museumstem vanuit het perspectief van herkomstonderzoekers en collectiemedewerkers. De meerstemmigheid is beperkt. Hierin legt het museum, evenals bij restitutieprocessen, veel verantwoordelijkheid buiten zichzelf, bij anderen. Het laat de persoonlijke, emotionele taal en diepgaande kritiek over aan externen: kunstenaars. Het meest ingrijpende voorbeeld hiervan is wel het door Manuwi C. Tokai samen met gemeenschappen gemaakte herdenkingsaltaar dat op de begane grond van het museum te vinden is. Het is een plek om te rouwen om alle voorouders die in de depots worden vastgehouden en vraagt aandacht voor de terugkeer van een Surinaams-inheemse baby.5

Herdenkingsaltaar, Manuwi C. Tokai. Foto: Csilla Ariese, 2025
Een concrete mogelijkheid om de narratieven te decentraliseren werd ook over het hoofd gezien. Objectteksten zouden standaard het vertrekpunt kunnen kiezen van de mensen en culturen die de voorwerpen hebben gemaakt, gebruikt, gekoesterd. Uit wiens handen kwamen deze objecten, wat was hun waarde en hun functie, en wat betekende vervolgens het verlies van dit culturele eigendom? In Onvoltooid verleden beginnen veel teksten bij het moment waarin het voorwerp in westerse handen kwam, waarbij de koloniale bezetter, handelaar, missionaris of wetenschapper in de eerste zin alweer de hoofdrol in het verhaal krijgt. Een gemiste kans om een grotere verschuiving in verhalen, macht en actoren te bewerkstelligen.
Onvoltooid proces
De waarde van Onvoltooid verleden ligt daarmee niet in het schuiven met de koloniale machtsverhoudingen, maar in het openbreken van een wetenschappelijk debat voor een breder publiek. Restitutie, repatriëring, rematriëring; het zijn termen waar in academische kringen hevig over gedebatteerd wordt. Binnen de museale sector gaat meer aandacht naar herkomstonderzoek en het ontwikkelen van beleid en richtlijnen voor restitutie. De processen lopen in de praktijk veelal via beleidsstukken en diplomatieke kanalen en zijn vaak nauwelijks zichtbaar voor de samenleving, totdat succesvol afgeronde restitutieverzoeken in de media naar buiten komen.
Onvoltooid verleden brengt de complexiteit van restitutieprocessen onder het oog van de samenleving en trekt het debat breder. De bezoeker ziet in welke contexten voorwerpen in de museale collecties terecht zijn gekomen en welke problematische ethische kwesties er spelen. Geleid door de vragen moet je als bezoeker actief een mening vormen. Wat denk ik, en wat voel ik hierbij? Hoe heeft het koloniale verleden invloed gehad op de herinneringen van verschillende gemeenschappen en op onze collectieve en nationale geschiedenissen? Wat valt er te herdenken, te rouwen, te repareren, en wellicht uiteindelijk, te vieren? Deze tentoonstelling zal je inleiden in het restitutiedebat, maar trekt helaas de problemen niet ver genoeg naar het heden – en blijft daardoor op meerdere punten onvoltooid.
Onvoltooid verleden: Teruggeven, houden, of…? Is tot en met 3 januari 2027 te zien in Wereldmuseum Amsterdam.
Over de auteur

Csilla E. Ariese. Foto: Florian Braakman
Dr. Csilla E. Ariese is museologe en werkt als senior docent aan de Reinwardt Academie, als deel van de daar gevestigde UNESCO Chair on Museum Collections, Repatriation and Interculturality. Ze is co-auteur van het boek Practicing Decoloniality in Museums: A Guide with Global Examples.
Noten
1 Daan van Dartel et al., Tropenmuseum for a Change!: Present between Past and Future : A Symposium Report. KIT publishers, 2009.
2 Wayne Modest et al., Woorden Doen Ertoe: Een Incomplete Gids Voor Woordkeuze Binnen de Culturele Sector. Tropenmuseum / Afrikamuseum / Museum Volkenkunde / Wereldmuseum, 2018.
3 Csilla E. Ariese, ‘Amplifying Voices: Engaging and Disengaging with Colonial Pasts in Amsterdam’. Heritage & Society, 13, nr. 1-2 (2020), p. 117-142, https://doi.org/10.1080/2159032X.2021.1901335.
4 Deze ontwikkeling werd ingezet toen het museum begon te werken aan een opvolger voor de vaste tentoonstelling Oostwaarts! Kunst, Cultuur en Kolonialisme (2001-2021).
5 David van Duuren, Mischa ten Kate & Koninklijk Instituut voor de Tropen, Physical Anthropology Reconsidered: Human Remains at the Tropenmuseum. KIT, 2007.
Foto bovenaan artikel
Onvoltooid verleden. Foto: Csilla Ariese, 2025.