Voorbij de leegte na roof: Restitutie te midden van barrières en betekenissen

Redactioneel

door Kees Ribbens – leesduur 5 minuten

De sporen die ervaringen van oorlog en geweld achterlaten, raken mensen op uiteenlopende manieren. Niet alleen het verlies van levens maakt blijvende indruk, maar ook de beschadiging en het verdwijnen van de vertrouwde vooroorlogse omgeving – in het bijzonder van betekenisvolle objecten waarvan de aanwezigheid als min of meer vanzelfsprekend gold. Het gemis dat wordt ervaren door de roof van dergelijke objecten kan lang doorwerken. In recente decennia is het bewustzijn gegroeid dat materiële erfenissen die verbonden zijn aan oorlog en onderdrukking (en het daaraan gekoppelde onrecht), nauwgezette en ruimhartige aandacht verdienen.

In de context van deze ‘historische echo’s’ is restitutie een wezenlijk begrip. In dit nummer van WO2 Onderzoek uitgelicht zoomen we in op enkele uiteenlopende aspecten daarvan.

Psychische impact

Annelieke Drogendijk gaat in haar bijdrage in op de psychosociale impact van restitutieprocessen, en op de aandacht die dit vraagt van betrokken organisaties. Ze stelt dat de paden van nabestaanden en huidige eigenaren – vaak musea – elkaar kruisen als gevolg van de toenemende aandacht voor van WOII-rooferfgoed. Wanneer de roof om welke reden dan ook zoveel jaar na dato aandacht krijgt, wordt het verleden als het ware opnieuw voelbaar, ook voor latere generaties. Drogendijk schetst hoe ontregelend en confronterend dit kan werken. Gevoelens van machteloosheid en verlies van controle en een diepgeworteld wantrouwen jegens instituties zijn niet ongewoon. Dit alles vraagt van organisaties volop inzet om (hernieuwd) vertrouwen te creëren, om begrip en transparantie, om zo uiteindelijk heling te bevorderen. Het gaat immers niet alleen om objecten, maar ook om de levens en geschiedenissen van personen en families die nog altijd de gevolgen van roof en onrecht ervaren.

Ook Inez Schelfhout buigt zich over de psychologische effecten van roof en restitutie, in het bijzonder bij nabestaanden van de Holocaust. Zij wijst op de leegtes die achterbleven nadat volledige families vermoord waren, waardoor ook verhalen, gewoontes en voorwerpen – die normaliter de omgeving vormen waarin ervaringen verwerkt kunnen worden – ontbraken. Het terugkrijgen van een geroofd object kan overlevenden of nabestaanden ruimte bieden om het eigen verhaal terug te vinden. Ook op collectief niveau wordt het geschiedverhaal zo eerlijker en completer.

Dekolonisatieprocessen

Restitutieprocessen blijken vaak veel tijd te kosten en bepaald niet soepel te verlopen. Dat wordt helemaal duidelijk wanneer we kijken naar restitutie in de context van koloniale geschiedenissen. Onder meer in Namibië (voorheen Duits-Zuidwest-Afrika) was systematische roof van culturele eigendommen én van lichaamsdelen een wezenlijk onderdeel van de op racisme gebaseerde koloniale praktijk. Leah Niederhausen toont de complexiteit van het proces waarin Duitse erfgoedinstellingen en academische instituten vanaf de jaren negentig schoorvoetend tot restitutie overgingen, en de “vele lagen van pijn en conflict”. De nagestreefde verzoening loopt deels stuk omdat de restitutie een formeel proces tussen twee nationale overheden blijkt. Subnationale gemeenschappen en nazaten ervaren hier opnieuw een gevoel van uitsluiting. Dat roept de vraag op voor wie restitutie eigenlijk is.

Een worsteling is ook zichtbaar bij musea waarvan collecties verweven zijn met de koloniale geschiedenis, zoals het Wereldmuseum Amsterdam. In de tentoonstelling Onvoltooid verleden: Teruggeven, houden of…? betrekt het museum bezoekers bij de reflectie op restitutie van de omvangrijke collectie aan rooferfgoed. Een centrale plek wordt daarbij ingenomen door hedendaags herkomstonderzoek. Daarin wordt kritisch gekeken naar koloniale verzamelpraktijken. Maar Csilla E. Ariese benadrukt dat de huidige opstelling van het museum zelf – een geenszins onmachtige partij in het debat over restitutie – opmerkelijk neutraal wordt benaderd. Tekortkomingen en mislukkingen in het moeizame proces blijven zo onderbelicht.

Nieuw restitutiebeleid

Het nieuwe beleid rondom restitutie zoals dat onder meer in Nederland vorm kreeg, weerspiegelt een veranderende blik op het verleden, op de rol en (on)macht van instellingen en individuen, op recht en onrecht, en daarmee ook op kolonialisme. Dat betekent niet dat iedereen voorstander is van ruimhartige en onvoorwaardelijke teruggave. Wiebe Reints ontleedt het controversiële pleidooi dat Louis Zweers in zijn boek Verloren kunst houdt om kunst uit de voormalige collecties van koloniale eigenaren alsnog vanuit Indonesië naar Nederland te halen.

Dat ook het restitutiebeleid zelf onderhevig is aan veranderende inzichten komt sterk naar voren in de podcastserie Hier hing een schilderij, over het in 1940 geveilde schilderij Bild mit Häusern van Wassily Kandinsky. Dit schilderij was voormalig Joods eigendom dat lange tijd in het Stedelijk Museum in Amsterdam hing. De behandeling van de vanaf 2013 ingediende restitutieclaims blijkt niet alleen een juridische kwestie, zo schetst Monique Brinks, maar evenzeer een door de tijdgeest beïnvloed proces van empathie, moraal en zorgvuldigheid.

Een groeiend bewustzijn van roof in uiteenlopende contexten van onrecht, machteloosheid en onzekerheid scherpt de blik voor de complexiteit van (pogingen tot) restitutie. Het draait steeds om rekenschap afleggen over het verleden, waarbij de vraag rijst hoe we ons verhouden tot de hedendaagse betekenisgeving aan dat verleden, die voor betrokkenen zeer uiteen kan lopen. De omgang met cultuurgoederen (waaronder zowel materieel als immaterieel erfgoed) schuurt ontegenzeggelijk, maar dwingt dat we ons verdiepen in botsende ideeën en gevoelens. Dit themanummer van WO2 Onderzoek uitgelicht geeft daar graag een aanzet toe.

Over de auteur

Kees Ribbens

Kees Ribbens is senior onderzoeker aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, en Genocidestudies en als bijzonder hoogleraar Populaire historische cultuur van Mondiale Conflicten en Massaal Geweld verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn belangstelling is gericht op de wijze waarop herinneringen aan oorlog, genocide en massaal geweld in de twintigste en eenentwintigste eeuw vertolkt worden in woord en beeld.


Foto bovenaan artikel

Een Amerikaanse soldaat tussen stapels met geroofde kunstwerken in een kerk in Ellingen, Duitsland. Foto: National Archives.