Waarom meer oog voor de emotionele impact van restitutieprocessen zo belangrijk is

Lezing

door Annelieke Drogendijk – leesduur 7 minuten

Met welke triggers bij nabestaanden en erfgenamen moeten organisaties die in gesprek gaan over de teruggave van roofkunst rekening houden? Annelieke Drogendijk schetst de valkuilen en markeert aandachtspunten.

Kennis over de psychosociale impact van oorlog en geweld of psychotrauma lijkt voor veel historici, juristen en beleidsmakers misschien ver van de dagelijkse praktijk te staan. Toch zijn er, ook nu, tachtig jaar na de oorlog, nog steeds families die dagelijks de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voelen. Onderzoek naar oorlog en het koloniale verleden is van groot belang voor het vormgeven van onze nationale geschiedenis, maar oog hebben voor de emotionele impact ervan op nabestaanden en betrokken gemeenschappen is minstens zo belangrijk. Historische echo’s kunnen namelijk spanningen oproepen en soms zelfs leiden tot polarisatie. Om dat te voorkomen, is het zaak om ruimte te bieden aan meerdere perspectieven en om zorgvuldige, contextspecifieke benaderingen te ontwikkelen. Zo worden uiteenlopende stemmen gehoord en blijft de verbinding behouden.

Kruisende paden

Het besef dat een object in een museum rechtmatig aan iemand anders toebehoort, omdat het gaat om erfgoed dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd geroofd, kan een moment van diepe ontregeling veroorzaken – zowel voor het museum als voor de familie. Je kunt dit als crisis zien: een verstoring van het gewone, waarin verlies, morele vragen en emoties samenkomen. Maar juist in die crisis schuilen ook kansen voor herstel en verbinding. Alleen al omdat de paden van (kunst)musea en nabestaanden elkaar hier, vaak voor het eerst, kruisen.

De geroofde kunstwerken kunnen tot de meest gekoesterde stukken van musea behoren. Ze brengen vreugde aan bezoekers, zorgen voor trots bij medewerkers. Maar hun herkomst kan een pijnlijke geschiedenis blootleggen. Voor museummedewerkers kan het vooruitzicht van restitutie gevoelens van teleurstelling, onrecht of zelfs van wrok jegens de familie oproepen. Voor nabestaanden vormt het vaak het begin van een lang en emotioneel proces. Het confronteert hen met een familiegeschiedenis vol geweld, vervolging en verraad, en met openbaringen die moeilijk te dragen zijn.

Triggers in het restitutieproces

Gesprekken over trauma gaan vaak over getraumatiseerd zijn. Toch ontwikkelt niet iedereen die iets ingrijpends meemaakt een posttraumatische stressstoornis. Onderzoek laat zien dat ongeveer 80-90% van de mensen en families veerkrachtig is: zij leren omgaan met de gevolgen en bouwen alsnog een betekenisvol leven op.1 Zoals het beeld van Chaim Gomes de Mesquita treffend illustreert: “Mensen kunnen blijven staan, ook al dragen ze wonden.”

Het beeld van Chaim Gomes de Mesquita. Foto: Echoes of war: Exploring the long-lasting in psychosocial impact of the Shoah in light of restitution processes (2024). Keynote voor het symposium Looted/Beroofd in Rijksmuseum Amsterdam

Vanuit het perspectief van nabestaanden zijn er bepaalde psychologische triggers die tijdens restitutieprocessen van in of rond WOII geroofde Joodse objecten kunnen voorkomen. Hoewel elke familie en elke casus uniek is, zijn er zeker enkele  overeenkomsten aan te wijzen in de herinneringen en emoties die tijdens restitutieprocessen bij nabestaanden worden aangeraakt.

Zo kunnen bij overlevenden lang verdrongen herinneringen plotseling terugkeren. Op die manier kan op hoge leeftijd, wanneer de psychologische afweer vaak verzwakt is, het verleden opnieuw voelbaar worden. Ook tweede en derde generaties herkennen dit, vaak via verhalen of beelden die zich via hun ouders of grootouders in hun verbeelding hebben vastgezet.

De confrontatie met een verloren object – een schilderij, een sieraad of een ritueel voorwerp – betekent vaak ook een confrontatie met de familiegeschiedenis. Zo’n ontmoeting kan naast pijnlijk ook helend zijn: een kans om opnieuw verbinding te maken met wat verloren ging. Tegelijkertijd kan het juridische en bureaucratische karakter van restitutie gevoelens van machteloosheid en verlies van controle oproepen. Families delen hun privégeschiedenis in een formele context, wat frustratie of onenigheid kan veroorzaken.

Daarnaast is de ontmoeting tussen een familie en een museum of commissie niet altijd gelijkwaardig. De ene partij is een professionele organisatie, de andere partij een persoon of familie voor wie de ontmoeting een eenmalige, emotioneel beladen ervaring zal zijn. Dit alles in de context van een juridisch proces waarin andere partijen ook weer belangen kunnen hebben. Dit verschil in posities kan bij nabestaanden het gevoel van kwetsbaarheid vergroten, zeker als er wantrouwen bestaat jegens instellingen of overheden – een wantrouwen dat binnen Joodse gemeenschappen begrijpelijk is gezien eerdere ervaringen met onrecht na de oorlog. Alleen al het erkennen van die ongelijkheid en gevoeligheden kan veel betekenen.

Wat organisaties kunnen doen

Ik gaf al aan dat restitutieprocessen voor musea of erfgoedinstellingen kunnen voelen als een crisis: een verstoring van de normale gang van zaken, met risico op reputatieschade, uiteenlopende emoties bij medewerkers en gemengde reacties vanuit het publiek. Toch zijn er manieren om hierop voorbereid te zijn. Ik zet ze hieronder puntsgewijs op een rijtje.

1 Herzie de restitutieprocedures vanuit het perspectief van nabestaanden

Betrek nabestaanden die het proces al hebben doorlopen of deskundigen op het gebied van Joodse geschiedenis, cultuur en geestelijke gezondheid bij het evalueren van uw werkwijze. Hoewel deze processen grotendeels juridisch worden gestuurd, kunnen kleine aanpassingen –  zoals het vermijden van gevoelige data of terminologie – voor een familie (of breder gezien: voor overlevenden van de Shoah) veel betekenen.

2 Hanteer een traumasensitieve benadering

Musea of restitutiecommissies hoeven geen psychologische zorg te bieden, maar kunnen wel samenwerken met externe contactpersonen (zoals een maatschappelijk werker of psycholoog) die betrokken families desgewenst kunnen ondersteunen. Maak wanneer nodig gebruik van een laagdrempelige mogelijkheid tot doorverwijzing.2 Alleen al het bestaan ervan biedt betrokken nabestaanden geruststelling en laat hun zien dat de organisatie hun gevoelens serieus neemt.

3 Communiceer transparant en persoonlijk

Het nieuwe Nederlandse beleid roept op tot een minder formalistische, menselijker benadering van restitutie. Hoe doet u dat in de praktijk, en wat is de rol van het museum hierin? Het overkoepelende doel is het behouden van een goede relatie. Wanneer die basis er is, vergroot dat de kans op een gezamenlijke en bevredigende oplossing.

4 Ontmoet elkaar zo veel mogelijk persoonlijk

Dit geldt zowel voor restitutiecommissies als voor musea. Waarom niet beginnen met een ontmoeting in het museum zelf, bij het betreffende object? Dat biedt de familie ruimte om hun verhaal te delen en het gesprek te openen over wat het object voor hen betekent. Als u zich daar niet comfortabel bij voelt, kunt u hulp vragen bij het organiseren van zo’n gesprek, bijvoorbeeld door een onafhankelijke gespreksleider.

5 Wees je bewust van wantrouwen

Er bestaat zoals aangegeven vaak een diepgeworteld wantrouwen. Neem dat niet persoonlijk, maar begeleid en coach medewerkers in empathische communicatie en in het omgaan met emoties – van anderen én van zichzelf.

6 Herstel waar mogelijk het gevoel van controle

Bekijk welke onderdelen van het proces transparanter of toegankelijker kunnen. Zorg voor één duidelijk aanspreekpunt, kom beloftes na en wees open over vertragingen of veranderingen in het proces. Communiceer dat bij voorkeur persoonlijk – via een telefoongesprek in plaats van per brief of e-mail.

7 Verander het narratief

Laat de gedachte los dat er iets van het museum wordt afgenomen, en erken in plaats daarvan dat er iets moet worden teruggegeven – ook als dat een leegte in de collectie achterlaat. Voor een helingsproces, zelfs tachtig jaar later, is het cruciaal dat families, medewerkers en het bredere publiek begrijpen welke leegte deze processen blootleggen in de levens van mensen.

Het management speelt hierbij een sleutelrol. Wanneer een restitutie als een crisis wordt ervaren, moet het interne verhaal binnen de organisatie worden herzien. Neem de emoties van medewerkers serieus – hun betrokkenheid bij de collectie is vaak groot – maar ondersteun hen bij het verwerken van die gevoelens en zorg dat ze trots kunnen zijn op hun bijdrage aan rechtvaardigheid en herstel.

In zowel interne als externe communicatie is het belangrijk om het verhaal van geroofde objecten te blijven vertellen, ook wanneer een object uiteindelijk niet wordt gerestitueerd. Zo draagt de organisatie bij aan bewustwording, erkenning en een eerlijker omgang met het verleden.

De familie Oppenheimer in augustus 1931. Foto: Collectie familie Oppenheimer / Rijksmuseum

8 Omgaan met de uitkomst

Een restitutieproces is van nature polariserend: één van de betrokken partijen zal onvermijdelijk teleurgesteld zijn. De beleving van zo’n proces is fundamenteel verschillend voor een organisatie en voor een getraumatiseerde familie.

Wanneer het object uiteindelijk in het museum blijft, is het van groot belang om de relatie goed te houden. Niet door te vieren, maar door een hand te reiken in solidariteit. Dat is in het belang van het grotere geheel: het maatschappelijke helingsproces. Wanneer de uitkomst restitutie aan de familie is, wees dan oprecht blij voor hen. Erken dat een deel van hun familiegeschiedenis is hersteld, en communiceer dit als organisatie ook positief in de media. Laat hun verhaal verteld worden, bijvoorbeeld in samenwerking met herinneringscentra of musea, zoals het Rijksmuseum deed bij de restitutie van de Meissen-porseleincollectie van de familie Oppenheimer.

Een zorgvuldige communicatie in de eerdere fases vergroot de kans dat families bereid zijn samen te werken aan publieke verhalen. Zo wordt niet alleen recht gedaan aan het verleden, maar ook bijgedragen aan wederzijds begrip en collectieve verwerking.

De collectie Meissen-porselein in het Rijksmuseum Amsterdam. Foto: Rijksmuseum / Albertine Dijkema

Tot slot

Restitutieprocessen gaan niet alleen over objecten, maar ook over de levens en geschiedenissen van families die nog altijd de gevolgen van de Shoah voelen. Het doel is niet enkel om historische fouten te herstellen, maar ook om bij te dragen aan heling en veerkracht bij degenen die getroffen zijn. Door deze kwesties met empathie en begrip te benaderen, zorgen we dat de echo’s van het verleden leiden tot herstel.


Dit artikel is een bewerking van de lezing die Annelieke Drogendijk gaf op het symposium Looted/Beroofd (Rijksmuseum Amsterdam, september 2024).


Over de auteur

Annelieke Drogendijk

Annelieke Drogendijk (PhD) is directeur van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld en van ARQ International. In haar werk verbindt zij wetenschappelijke inzichten met praktijkervaring om professionals, gemeenschappen en beleidsmakers te ondersteunen bij vraagstukken rondom de psychosociale impact van oorlog op individu en samenleving – zowel vanuit een internationaal MHPSS-perspectief als in relatie tot de langdurige gevolgen van de Tweede Wereldoorlog.


Noten

1 Hoeboer, C. M., Nava, F., Haagen, J. F. G., Broekman, B. F. P., van der Gaag, R.-J., & Olff, M. (2025). Epidemiology of DSM-5 PTSD and ICD-11 PTSD and complex PTSD in the Netherlands. Journal of anxiety disorders110, 102963. Article 102963. https://doi.org/10.1016/j.janxdis.2024.102963

2 JMW – joodswelzijn.nl of Contactpunt Naoorlogse Generaties (CNG) – Nazorg-contactpunten | ARQ.


Foto bovenaan artikel

De collectie Meissen-porselein in het Rijksmuseum Amsterdam. Foto: Rijksmuseum / Albertine Dijkema