Hoe kan een onderwerp als de Holocaust, zo uitvoerig onderzocht en besproken, nog altijd zo’n blinde vlek met zich meedragen? Historicus Eefje van den Akker deed onderzoek naar de ervaringen van Joodse vrouwen met verkrachting en seksueel misbruik in concentratiekampen – en de betekenis daarvan. Het bleef lang in de taboesfeer, én werd door kampoverlevenden en onderzoekers veelal als niet-gebeurd of irrelevant bestempeld. Onterecht.
Als jonge Britse historicus deelde Zoë Waxman aan het begin van de jaren 10 van deze eeuw, als spreker tijdens een conferentie over de Holocaust, haar eerste studieresultaten. Waxman deed op dat moment onderzoek naar seksueel geweld tijdens de Holocaust. Te midden van een zaal vol mannen citeerde ze de getuigenissen van vrouwen die in de getto’s, de concentratiekampen en in onderduik slachtoffer waren geworden van verkrachting en seksueel misbruik. Een stilte viel na Waxmans relaas, waarna de eerste vraag uit het publiek volgde: “So what? Is this really worth discussing?”
Deze ervaring heeft Waxman gedurende haar onderzoek altijd beziggehouden. Het weerhield haar er – gelukkig – niet van om haar werk te voltooien. Inmiddels is ze hoogleraar Holocauststudies aan de University of Oxford.
Geheel uitzonderlijk was de reactie waarmee Waxman geconfronteerd werd niet. Decennia eerder moest de Amerikaanse historicus en filosoof Joan Ringelheim soortgelijke kritieken pareren. Als een van de eerste onderzoekers brak zij vanaf het eind van de jaren 70 een lans voor het benaderen van de Holocaust vanuit het perspectief van vrouwen. De universele, genderneutrale benadering die daarvoor lange tijd heersend was geweest binnen onderzoek, zou volgens haar de specifieke ervaringen van vrouwen teniet hebben gedaan.1 Een gedifferentieerde aanpak was nodig. Zo interviewde Ringelheim voor het United States Holocaust Memorial Museum – waar ze later hoofd van de oral history-afdeling werd – tientallen vrouwelijke overlevenden van de Holocaust. In haar interviewaanpak verwerkte ze structureel vragen over hun (seksuele) relaties en hun seksuele ervaringen binnen de getto’s of de kampen. Daardoor wist zij als een van de weinige onderzoekers tientallen getuigenissen van slachtoffers en ooggetuigen van seksueel geweld door militairen en bewakers te registreren; ervaringen die lange tijd niet besproken waren.
Desondanks kon Ringelheim op veel kritiek rekenen: ze zou de Holocaust inzetten voor haar eigen feministische agenda. Als Joods-lesbische vrouw werd ze bovendien beschuldigd van een ‘anachronistische kijk’ op de geschiedenis. Een historisch overzichtswerk van haar bevindingen zou uiteindelijk uitblijven. Verschillende uitgeverijen weigerden het manuscript dat ze in 1993 rondstuurde: er was al genoeg uitgegeven over de Holocaust, wie wilde hier dan ook nog over lezen?

Wet ter Bescherming van het Duitse Bloed en de Duitse Eer. Bron: National Archives op Wikimedia Commons
Neurenberger wetten
Zoals Ringelheim en Waxman ervoeren, blijft er telkens een kritische onderstroom opwellen wanneer gepleit wordt voor een serieuzere en bredere kijk op de getuigenissen over seksueel geweld in concentratiekampen, specifiek als het gaat over de ervaringen van Joodse vrouwelijke gevangenen.2 Maar juist in die kritiek ligt ook de gelaagdheid verscholen. Een van de meest gehoorde argumenten waarmee de aanwezigheid van seksueel geweld (waaronder verkrachtingsdaden) af wordt gedaan als ‘niet wijdverbreid’ of ‘uniek’, maakt gewag van het begrip ‘Rassenschande’. Volgens de in 1935 ingevoerde Neurenberger-wetten was het voor ‘Arische’ Duitsers ten strengste verboden om geslachtsgemeenschap te hebben met iemand van het ‘niet-Arische ras’, zo ook Joodse gevangenen. Voor het niet volgen van deze wetten golden straffen en reprimandes. Op basis daarvan werd lange tijd door verschillende historici gesteld dat de getuigenissen van verkrachting schaarse uitzonderingen zijn, zo constateerde historicus Na’aama Shik, die onderzoek deed naar de ervaringen van vrouwelijke gevangenen in Auschwitz-Birkenau.3 Maar in deze stellingname wordt voorbijgegaan aan andere belangrijke factoren die in sommige gevallen zwaarder wogen dan het argument van Rassenschande.
Mannelijk machtsvertoon
Om de drijfveer achter seksuele geweldsdaden tegen Joodse vrouwelijke gevangenen beter te kunnen begrijpen is het daarom allereerst noodzakelijk om deze vormen van geweld verder te specificeren en te duiden. De gangbare term is ‘seksueel geweld’, maar in de historiografie, binnen de context van de Holocaust, wordt de voorkeur gegeven aan de term ‘sexualized violence.’ Met de term ‘sexual violence’ zou ten onrechte de indruk gewekt worden dat deze geweldsdaden enkel worden ingegeven door seksuele gevoelens. Maar het gaat in feite om ‘geseksualiseerd geweld’, doordat het opzettelijk mannelijk machtsvertoon is dat zich uit in geweldsdaden tegen vrouwen. In het verlengde hiervan kun je stellen dat verschillende soorten daden waarbij mannen hun macht uitoefenen over het lichaam van vrouwen, allemaal vormen van ‘sexualized violence’ zijn.4
Met deze definitie kunnen we door een andere bril kijken naar hetgeen Joodse vrouwen in de concentratiekampen moesten ondergaan. Bijvoorbeeld: het scheren van hun lichaamshaar en het naakt doorstaan van lichamelijke onderzoeken. Hierbij drongen bewakers regelmatig met hun handen bij vrouwen naar binnen, zoals uit diverse getuigenissen blijkt. Ook de gedwongen abortussen en sterilisaties maken onderdeel uit van dit geweld, evenals de getuigenissen van gedwongen prostitutie.5

SS-officieren in Bełżec. Bron: Wikimedia Commons
Wapen van vernedering
Historicus Myrna Goldenberg stelt dat seksueel geweld weliswaar niet behoorde tot een officiële strategie om het Joodse volk te vernietigen, maar binnen de context van vernietiging wel bijdroeg als wapen van terreur en vernedering.6 Een ander, veel bediscussieerd standpunt – mede afkomstig van kampoverlevenden – dat enkel de mooie vrouwen ten prooi vielen aan verkrachting, is volgens psychologe Eva Fogelman een misvatting. Deze stellingname zou bovendien suggereren dat vrouwen alleen verkracht werden ter bevrediging van seksuele behoeften.7
Mogelijk gold iets dergelijks nog wel voor de eerste fase van gevangenschap, maar voor latere fasen is zoiets nauwelijks voor te stellen gezien het bewuste proces van dehumanisering dat de vrouwen ondergingen. Criminologe Stacy Banwell stelt dan ook dat de kans groot is dat deze verkrachtingen vooral gezien moeten worden als uitdrukking van agressie, macht en dominantie.8 Waar de geoliede machine van het kamp de SS’ers het gevoel kon geven dat zij slechts radertjes in een grote machine waren, kon dergelijk geweld hen sterken in de gedachte als individu machtig te zijn, ertoe te doen. Het gaf een gevoel van controle dat te kunnen doen wat zij verlangden. Hierin werden zij mogelijk gedreven door lust, honger naar geweld of een sterke behoefte om anderen te vernederen.
In eenzelfde lijn ligt het bevredigen van het ego als achterliggende drijfveer voor verkrachting. Met geweld en mentale mishandeling toonden de SS’ers zich ook onderling als onverschrokken en machtig, iets waar een constante competitie in opgezocht werd. Sloeg de één een gevangene, dan haakte een ander aan om te laten zien dat hij nog harder kon slaan. Vanuit deze gedachte zou gesteld kunnen worden dat de manier waarop de macht en het aanzien van de SS-bewakers bepaald werd, een belangrijke rol gespeeld heeft bij het plaatsvinden van seksueel geweld. De sterke mate van onderlinge verbondenheid en de geldende cultuur waarbij bewakers meer macht en aanzien vergaarden door het plegen van excessief (seksueel) geweld, gelden als belangrijke triggers.
Aanval op Joodse vrouwelijke lichamen
Zoals gevangenen regelmatig gestraft werden door geseling, slaag en schoppen, werd ook verkrachting een straf. Een daad waar vernedering en het dehumaniseren van het slachtoffer een zeer aanwezige rol in speelden. Zo zijn er meerdere slachtoffers waarvan het lichaam na verkrachting verminkt werd door bewakingshonden, of waarbij de borsten of tepels werden afgesneden.9 Daarmee was de verkrachting niet alleen een daad van seksueel geweld. Het gedrag naderhand symboliseert hoe het lichaam fungeerde als strijdtoneel waarop macht en geweld werd uitgeoefend. Dat het hierbij niet alleen ging om het vernederen van de slachtoffers in kwestie, maar ook het afgeven van een breder signaal, blijkt uit het feit dat in diverse gevallen omstanders aanwezig waren.10 Ook zijn er getuigen die vertellen hoe gevangenen zelfs na hun dood door bewakers verkracht of betast werden, voor het oog van medegevangenen.
Fogelman spreekt daarom van een systeem van straf en dehumanisering. Verkrachting onder het oog van medegevangenen diende niet alleen als voorbeeld, maar ook als secundaire vernedering. Gevangenen werden gedwongen getuige te zijn van iets dat ook hen kon overkomen, en juist die dwangpositie maakte van hen stille, machteloze omstanders, niet in staat in te grijpen. Daarmee pasten deze misdaden in het algehele proces van dehumanisering.
Wat de getuigenissen van seksueel geweld ondanks hun verschillen allemaal gemeen hebben, is dat ze telkens verhalen van een bewuste aanval op het Joodse vrouwelijke lichaam. Van pubermeisjes die in veel gevallen nog maagd waren tot vrouwen van middelbare leeftijd tot hoogzwangere vrouwen: onderscheid leken de daders niet te maken. Het was vooral het lichaam van de Joodse vrouw als vruchtbaar organisme en haar mogelijke voortzetting van de Joodse bloedlijn waartegen dit geweld gepleegd werd. Of dit nu in de vorm van gedwongen sterilisatie, abortus en verkrachting was, het kwam allemaal voort uit de obsessieve focus van de nazi’s op het zuivere ‘Arische ras’ en het vernietigen van het Joodse volk.11
Het geweld sloot op die manier ook naadloos aan op de doelen en de opzet van het concentratiekamp: het proces van ontmenselijking. Daarmee was seksueel geweld in de concentratiekampen volgens historicus Christopher Browning vooral een politieke daad, een instrument om zowel het individu als de gehele kamppopulatie te vernederen en te vernietigen.12

Zoë Waxman. Bron: University of Oxford.
Binnen het prikkeldraad
Onderzoek naar seksueel geweld binnen deze context is een zoektocht door grijs gebied. Eén enkel sluitend motief voor dit geweld is er niet. Dat maakt de roep om meer onderzoek hiernaar zo belangrijk. De getuigenissen van deze daden vertellen verschillende verhalen waarin macht, misbruik en vernedering als een rode draad terugkeren. Dit geweld is op zich niet uniek is voor de Holocaust, omdat vele oorlogen en conflicten gepaard gaan met seksueel geweld. Tegelijkertijd is het wel uitzonderlijk door de omstandigheden en context waarbinnen het plaatvond: binnen het prikkeldraad van de concentratiekampen. En kijkend naar de betekenis ervan is de obsessieve wijze waarop de nazi’s zich verhielden tot ras en gender speciaal relevant. Ondanks de voorschriften die seksuele geweldsdaden moesten voorkomen, voelden SS’ers zich gevrijwaard en oefenden zij ook via deze weg macht uit op het Joodse, vrouwelijk lichaam. Een gruwelijkheid waar veel slachtoffers zelf, ooggetuigen, nabestaanden en toehoorders decennia later nog steeds niet in lijken te kunnen of willen geloven.
Het is dankzij de opkomst van vrouwengeschiedenis en vastberaden historici als Ringelheim en Waxman dat er meer en meer gesproken en gepubliceerd wordt over geseksualiseerde geweldsdaden in concentratiekampen. Tegelijkertijd is er nog een lange weg te gaan als het gaat om vervolgonderzoek naar de omvang van dit fenomeen, in kampen ten oosten van Nederland maar ook in Nederland zelf. Ook de impact van deze daden op de vrouwen zelf en op omstanders of nieuwe generaties familieleden verdient aandacht.
Zoals hedendaagse verkrachtingsslachtoffers vaak nog geconfronteerd worden met taboe en stigma’s, zo treffen de verhalen en ervaringen van Joodse vrouwelijke kampgevangenen hetzelfde lot. Het is voor sommige mensen een brug te ver om te horen en te beseffen dat slachtoffers van de Holocaust ook nog met dergelijke gruwelheden te maken hebben gehad. Zij bevragen wat voor functie het oprakelen zoveel jaar na dato zou hebben en pleiten ervoor deze slachtoffers en hun ervaringen met rust te laten. Dit zou mijns inziens, kijkend door de bril van de historicus maar ook als vrouw, een gemiste kans zijn. Het zou de vrouwen die hun verhaal niet konden doorvertellen tekortdoen. Vele malen gold het lichaam van de vrouw als strijdtoneel, nu wordt het tijd om die strijd te verleggen.
Over de auteur

Eefje van den Akker
Eefje van den Akker is journalist en historicus en is werkzaam als communicatieadviseur bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Noten
1 Carli Snyder, ‘“Asking About the ‘Unspeakable”: Joan Ringelheim and Early Research on Sexual Violence and Same-Sex Practices among Women During the Holocaust’. The Journal of Holocaust Research 38 nr. 3-4 (2024).
2 Edward B. Westermann, ‘Crossing the Threshold of Sexual Violence: Sexual Humiliation and the Practice of Performative Masculinity’. The Journal of Holocaust Research 38 nr. 3-4 (2024).
3 Na’aama Shik, ‘Sexual Abuse of Jewish Women in Auschwitz-Birkenau’. In: Dagmar Herzog (ed.), Brutality and Desire: War and Sexuality in Europe’s Twentieth Century, 2008, p. 226.
4 Helene Sinnreich, ‘“And it was something we didn’t talk about”: Rape of Jewish Women during the Holocaust’. Holocaust Studies: A Journal of Culture and History 14 nr. 2 (2015).
5 E. Schloss, Eva’s Story. E. Bernhardt, 1988.
6 Myrna Goldenberg, ‘Memoirs of Auschwitz Survivors: The Burden of Gender.’ In: Dalia Ofer & Lenore Weitzman (eds.), Women in the Holocaust, p. 327–339. Yale University Press, 1998.
7 Eva Fogelman, ‘Rape During the Nazi Holocaust: Vulnerabilities and Motivations’. In: Carol Rittner & John Roth (eds.), Rape: Weapon of War and Genocide, p. 15-28. Paragon House, 2012.
8 Stacy Banwell, ‘Rassenschande, Genocide and the Reproductive Jewish Body: examining the use of rape and sexualized violence against Jewish women during the Holocaust?’. Journal of Modern Jewish Studies 15 nr. 2 (2016), p. 213.
9 Helene Sinnreich 2015 (zie noot 4).
10 Emil G. (19178), Shoah Foundation Oral History Testimonies Archives.
11 Beverley Chalmers, ‘Jewish women’s sexual behaviour and sexualized abuse during the Nazi era’. The Canadian Journal of Human Sexuality 24 nr. 2 (2015), p. 188-189.
12 C. Browning, Remembering Survival: Inside a Nazi Slave-Labor Camp. W.W. Norton & Company, 2010, p. 191.
Foto bovenaan artikel
Deze vrouwen zijn na aankomst in Auschwitz geselecteerd voor dwangarbeid. Bron: The Auschwitz Album.