Seksueel geweld wordt in vrijwel elk gewapend conflict structureel ingezet, maar bleef lange tijd afwezig in dominante oorlogsverhalen. Zo ook in het Imperial War Museum (IWM) in Londen, gewijd aan de geschiedenis en impact van conflicten van de Eerste Wereldoorlog tot vandaag de dag. Vorig jaar bracht het museum daar verandering in met de tentoonstelling Unsilenced: Sexual Violence in Conflict. Curator Helen Upcraft neemt ons mee in de keuzes die IWM maakte bij de eerste grote Britse tentoonstelling over dit onderwerp.
Van 23 mei tot 2 november 2025 presenteerde het Imperial War Museum de tentoonstelling Unsilenced: Sexual Violence in Conflict. Een spannende exercitie, want welke rol heb je als museum te spelen bij het zichtbaar maken van dit beladen thema? Hoe doe je recht aan slachtoffers en overlevenden van seksueel geweld zonder te sensationaliseren of bezoekers te overweldigen? In een interview verkenden we met curator Helen Upcraft de cruciale keuzes die zij samen met collega’s en sleutelfiguren maakte bij het samenstellen van Unsilenced. Haar inzichten bieden interessante handvatten voor tentoonstellingsmakers en WO2-organisaties die dit onderwerp ook willen gaan belichten.
Van idee tot uitvoering
Het idee voor een afzonderlijke tentoonstelling over seksueel geweld in conflictsituaties ontstond volgens Upcraft al rond 2015. “Tijdens de herontwikkeling van de vaste Tweede Wereldoorlog- en Holocaustgalerijen kwamen we steeds nieuwe verhalen tegen waarin seksueel geweld een rol speelde. Een deel werd opgenomen in de permanente opstelling, maar er was onvoldoende ruimte om de complexiteit ervan te duiden,” vertelt ze.
De ontwikkeling van Unsilenced startte in 2017, maar de opening werd door de coronapandemie uitgesteld tot 2025. “In die jaren veranderde ook de maatschappelijke context. Door de #MeToo-beweging en recente conflicten zoals de oorlog in Oekraïne moesten we opnieuw kritisch kijken naar taal, interpretatie en actualiteit. Gedurende het hele proces werkte het museum samen met academici, journalisten en vertegenwoordigers van slachtoffer- en overlevendengroepen om inhoudelijke zorgvuldigheid te waarborgen.”
Uit een collectie van ruim 33 miljoen objecten selecteerde IWM er 162 voor deze tentoonstelling, variërend van films en foto’s tot kunstwerken, documenten en fysieke objecten. De tentoonstelling werd ondergebracht in een van de twee tijdelijke tentoonstellingszalen en ontvouwde zich over vijf ruimtes: een introductieruimte, drie ruimtes met tentoongestelde objecten en een afsluitingsruimte. Bezoekers konden tijdens hun rondgang gebruikmaken van een woordenlijst, beschikbaar als los affiche, dat houvast bood bij gevoelige of minder vertrouwde termen.

Unsilenced: Sexual Violence in Conflict in het IWM London. Bron: © IWM.
Een overstijgende blik
Upcraft wijst erop dat seksueel geweld in conflictsituaties zich niet volledig laat vatten door individuele verhalen uit afzonderlijke oorlogen te tonen. “Een chronologische aanpak van de Eerste Wereldoorlog tot heden zou bezoekers niet helpen de diepere lagen te begrijpen.” Voor Unsilenced kozen de curatoren daarom voor een thematische benadering die de complexiteit van het verschijnsel blootlegt.
Zo zoomde de tentoonstelling in de eerste ruimte in op de structuren die seksueel geweld mogelijk maken. “Seksueel geweld ontstaat niet in een vacuüm,” legt Upcraft uit, “maar is geworteld in onderliggende maatschappelijke structuren, gendernormen en stereotypen. In patriarchale machtsverhoudingen en ideeën over verantwoordelijkheid en schuld. Pas als we dat benoemen, kunnen we begrijpen wat het werkelijk betekent.”
In de tweede ruimte van Unsilenced werd getoond hoe seksueel geweld in conflictsituaties wordt ingezet als instrument van massaterreur, genocide of slavernij. “Bestaande machtsverhoudingen raken ontwricht, waardoor vooral kwetsbare groepen worden getroffen.” Verhalen van onder meer geëvacueerde kinderen, slachtoffers van mensenhandel, krijgsgevangenen en overlevenden maakten de veelvormigheid van het geweld zichtbaar. Een klein maar krachtig object was bijvoorbeeld een miniatuur van de Sonyeosang – ook wel het Statue of Peace genoemd. Het beeldje verwijst naar de zogenoemde comfort women: vrouwen en meisjes die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Japanse leger tot seksuele slavernij werden gedwongen. Het eerste Sonyeosang-exemplaar werd geplaatst bij de duizendste woensdagdemonstratie in Seoul; sindsdien zijn er wereldwijd soortgelijke beelden neergezet.
De derde tentoonstellingsruimte richtte zich op de kracht van slachtoffers en overlevenden. Volgens Upcraft draaide het hier om een aantal centrale vragen: “Wat gebeurt er in de nasleep van geweld? Hoe vinden slachtoffers en overlevenden toegang tot juridische procedures en lokale steun? En wat betekenen gerechtigheid en herstel voor hén?” Door deze thematische focus nodigde de tentoonstelling expliciet uit tot een breder maatschappelijk gesprek. Positieve verandering is immers geen individuele verantwoordelijkheid, maar vraagt om structurele keuzes van samenlevingen, instellingen en overheden.

Unsilenced: Sexual Violence in Conflict in het IWM London. Bron: © IWM.
Gevoelige onderwerpen tentoonstellen: 8 lessen
1 Publieksonderzoek
Publieksonderzoek vormde bij Unsilenced het vertrekpunt van vrijwel elke ontwerpbeslissing. “Bezoekers verwachten dat een oorlogsmuseum confronterend materiaal toont,” aldus Upcraft, “maar we wilden begrijpen welke voorkennis en aannames ze meebrachten, en wat ze nodig hadden om zich veilig en comfortabel te voelen.”
Zo bleken sommige bezoekers aanvankelijk een beperkte definitie te hebben van seksueel geweld, vaak geassocieerd met verkrachting van vrouwen. “Hier speelden we direct op in door te laten zien dat het breder is en diverse groepen treft, waaronder ook mannen en kinderen.” Voor musea betekent dit: begin altijd bij je publiek en gebruik hun kennis, aannames en behoeften als uitgangspunt voor een veilige en toegankelijke beleving.
2 Leidend narratief
Elk object in de tentoonstelling werd zorgvuldig beoordeeld op gevoeligheid en impact. Upcraft benadrukt dat het narratief vooraf helder moet zijn en dat elke keuze dat narratief moet ondersteunen. “Bij potentieel schokkend materiaal moet je afwegen: is dit de enige manier om het verhaal te vertellen, of kan het ook anders worden overgebracht?”
Dat geldt ook voor het perspectief van waaruit een verhaal wordt verteld. “We wilden licht schijnen op de stemmen van slachtoffers en overlevenden. Daders werden niet opgevoerd als actieve vertellers. Dat zou weinig bijdragen aan het gekozen overkoepelende narratief. Indirect zijn hun stemmen natuurlijk wel aanwezig, omdat het materiaal zelf onlosmakelijk met hen verbonden is.” De les: niet elke aanwezige stem hoeft in het spotlicht; wees kritisch over welke verhalen kunnen afleiden van de kern van je tentoonstelling.
3 Consent en respect voor betrokkenen
Respect voor betrokkenen was een leidend principe. “Soms kwamen we materiaal tegen waarbij ik niet eens de naam van de getroffen persoon kon achterhalen,” verzucht Upcraft. “Als je niet weet wie ze zijn, is het dan juist om dit moment – waarschijnlijk het ergste in hun leven, of zelfs het einde ervan – te tonen?”
Waar mogelijk werd expliciet toestemming gevraagd aan slachtoffers, hun families of vertegenwoordigers van overlevendenorganisaties. Ontbrak die toestemming, dan kozen de makers voor terughoudendheid of een alternatieve manier om het verhaal te vertellen. Upcraft benadrukt dat dit niet altijd mogelijk is en dat andere tentoonstellingen soms andere keuzes maken. Het blijft een voortdurende afweging tussen respect voor betrokkenen en het narratief van de tentoonstelling.
4 De gevoeligheid van taal
“IWM ontwikkelde een woordenlijst omdat uit ons publieksonderzoek bleek dat veel bezoekers onzeker waren over de juiste terminologie, of bang waren begrippen verkeerd of respectloos te gebruiken”, vertelt Upcraft. De woordenlijst lichtte lastige begrippen toe, zoals agency (het vermogen van iemand om zelfstandig te handelen en keuzes te maken die diens leven en omgeving vormgeven) en sexual morality (maatschappelijke opvattingen over seksualiteit, genderidentiteit, seksuele oriëntatie, voortplanting en consent).
Zo bood de woordenlijst bezoekers houvast en stimuleerde het respectvol taalgebruik. Taal is immers een krachtig instrument in een tentoonstelling. Het is van belang om gevoelige termen op een veilige manier te introduceren, en te bedenken welke hulpmiddelen je kunt bieden om bezoekers actief bij het gesprek te betrekken.

Unsilenced: Sexual Violence in Conflict in het IWM London. Bron: © IWM.
5 Voorbereiding van bezoekers
“Bezoekers goed voorbereiden op hun bezoek begint al online,” stelt Upcraft, “met een duidelijke uitleg over de inhoud en expliciete waarschuwingen voor onderwerpen als verkrachting en gedwongen prostitutie. Ook adviseerde IWM een minimumleeftijd van 16 jaar, zodat ouders weloverwogen konden besluiten of hun kind de tentoonstelling kon bezoeken.”
Ook bij en in de zalen werden bezoekers gewaarschuwd. Bij sommige objecten werd expliciet vermeld dat de inhoud schokkend kon zijn. “Grafische beelden waren soms onvermijdelijk, maar werden altijd op een respectvolle manier getoond. Musea moeten de balans vinden tussen informatieve confrontatie en overbelasting”, zegt Upcraft. Hoeveel expliciet materiaal is nodig om het narratief te versterken, zonder bezoekers te overweldigen?
6 Ruimte voor verwerking
Bij Unsilenced werden de indeling van de ruimtes, de hoeveelheid getoond materiaal en de manier van presenteren van objecten zorgvuldig op elkaar afgestemd om bezoekers niet te overweldigen. “We hebben bijvoorbeeld een scheidingsmuur overwogen om zeer grafische content te scheiden, maar wilden vermijden dat mensen zich voyeuristisch zouden voelen – iets dat ook uit het publieksonderzoek naar voren kwam”, vertelt Upcraft.
De collectie werd bewust gespreid over meerdere ruimtes, zodat bezoekers de tijd konden nemen voor individuele verhalen en de intensiteit werd gereguleerd. “De introductie- en afsluitingsruimtes hielpen bij het laten indalen van grafisch of emotioneel zwaar materiaal”, zegt ze. Verwerkingstijd is cruciaal bij het ontwerp van de bezoekersflow. Hoe bewegen bezoekers zich door de tentoonstelling? Waar hebben ze tijd en ruimte om te verwerken wat ze zien?
7 Catalogisering en collectie
Het maken van Unsilenced gaf IWM waardevolle inzichten in de eigen collectie en hoe deze wordt gecatalogiseerd. “Er was meer materiaal aanwezig dan gedacht, maar de beschrijvingen weerspiegelden niet altijd de inhoud,” aldus Upcraft. “Er moest een nieuw framework ontstaan voor catalogisering, met meer nuance en trefwoorden. Ook werd zichtbaar welke verhalen onderbelicht zijn in de collectie, zoals die van de LGBTQ+-gemeenschap.”
Voor IWM en andere musea benadrukt dit, naast het belang van het inventariseren van de collectie, ook het belang van een kritische blik op de wijze van catalogiseren. Dat is geen neutraal proces; de interpretatie van materialen is afhankelijk van de tijdsgeest en bepaalt welke stemmen gehoord worden. Door hier bewust mee om te gaan, kun je je collectie inzetten als een krachtig instrument voor inclusiviteit en breed begrip.
8 Maatschappelijke impact
In ruim vijf maanden tijd trok Unsilenced meer dan 85.000 bezoekers. Via nieuwe mediakanalen wist IWM de maatschappelijke reikwijdte te vergroten. Ook het bezoek van de hertogin van Edinburgh, een uitgesproken pleitbezorger van aandacht voor slachtoffers van seksueel geweld, onderstreepte het belang van de tentoonstelling.
Upcraft vertelt hoe de impact tastbaar werd in de tentoonstellingszalen. “Er kwamen bezoekersgroepen die IWM zelden ziet – zoals jonge moeders met baby’s en universitaire studentengroepen – én bezoekers die al lange tijd waren weggebleven. Dat laat zien dat er een duidelijke behoefte is om dit onderwerp in een museale context te bespreken.”
De belangrijkste les van Unsilenced daarbij is volgens Upcraft dat seksueel geweld altijd geïntegreerd moet worden in bredere oorlogsnarratieven: zorgvuldig gecontextualiseerd binnen het grotere verhaal van conflict, macht en menselijk leed, en met een permanente plek in de collecties. Voor musea en WO2-organisaties ligt hier een duidelijke opdracht. “Erken dat seksueel geweld geen randverschijnsel is, maar een structureel onderdeel van oorlogsgeschiedenis – en durf het als zodanig een plek te geven in het collectieve geheugen.”
Over de auteur

Isa Last
Isa Last is onderzoeker en beleidsadviseur bij ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld. Ze heeft een achtergrond in sociale psychologie en richt zich in haar werk op de psychosociale impact van oorlog en conflict.
Foto bovenaan artikel
Unsilenced: Sexual Violence in Conflict in het IWM London. Bron: © IWM.