Oorlogsgeweld kent vele vormen en gedaanten. Als er één vorm is die nauwelijks aandacht kreeg in de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, ondanks vaak grote impact op slachtoffers, is het seksueel geweld. Het Centrum Seksueel Geweld definieert dit soort geweld als alle seksuele handelingen die iemand moet uitvoeren of ondergaan in een ongelijkwaardige situatie, bijvoorbeeld omdat de ander meer macht heeft, sterker of ouder is, of omdat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. Het gaat dus niet alleen over verkrachting, maar ook over ongewenst aanraken (aanranding) en seksueel misbruik.
Waar seksueel geweld in de huidige Nederlandse samenleving veelal een vorm van interpersoonlijk geweld is, speelt in de context van oorlog nog iets anders mee. Dan kunnen seksueel geweld en verkrachting systematisch als wapen ingezet worden om gemeenschappen te breken.
Seksueel geweld is omgeven door taboe, schaamte en stigma. Vaak wordt er niet openlijk over gesproken. Soms is er sprake van het onterechte beeld dat wie het overkomt deels zelf schuld draagt, zowel bij slachtoffers zelf als bij de omgeving (“als ik/als het slachtoffer iets anders had gedaan, dan…”). Recente ontwikkelingen zoals de #MeToo-beweging die in 2017 op gang kwam hebben voor iets meer openheid gezorgd in het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie en geweld. Toch is er nog een lange weg te gaan. In dit nummer van WO2 Onderzoek uitgelicht brengen we een aantal artikelen samen die elk een licht laten schijnen op wat er bekend is over seksueel geweld tijdens de Tweede Wereldoorlog en de doorwerking ervan. En op onze rol als professionals in de herinnerings- en herdenkingssector ‒ hoe kunnen wij helpen het zwijgen te doorbreken?
Concentratiekamp- en onderduikervaringen
Eefje van den Akker gaat in haar artikel in op het seksueel geweld dat gepleegd werd tegen Joodse vrouwen in concentratiekampen. Lang werd dit geweld niet besproken of als irrelevant terzijde geschoven in het licht van alle andere gruwelijkheden die ook plaatsvonden. Onterecht, meent Van den Akker. Zij laat zien hoe een andere blik op seksueel geweld, namelijk vanuit het perspectief van macht en dominantie, bijdraagt aan een beter begrip van wat seksueel geweld in concentratiekampen betekende en teweegbracht.
Dagmar van Gils neemt ons mee in de bevindingen uit haar onderzoek naar seksueel misbruik in de onderduik. Ze schetst de verschillende getuigenissen in de interviewcollectie van de Shoah Foundation hierover, grotendeels van vrouwen die als kind waren ondergedoken. Ook ontleedt zij de verschillende factoren die bijdroegen aan het zwijgen over deze ervaringen, zowel tijdens als na de onderduik.
Anna Gopsill beschrijft in haar bijdrage een nog groter taboe: seksueel geweld tegen mannen. Misconcepties over wat seksueel geweld is – waarbij het vaak gelijkgesteld wordt aan vaginale verkrachting – dragen er volgens haar aan bij dat mannelijke slachtoffers niet gezien of begrepen worden, ook niet door henzelf. Dit heeft grote gevolgen voor hun mentale en fysieke gezondheid. Vanuit haar bredere expertise reflecteert Gopsill op wat bekend is over seksueel geweld tegen zowel homoseksuele als heteroseksuele mannen in de Tweede Wereldoorlog.
Herinneringspolitiek en museale uitdagingen
Eveline Buchheim schrijft over de uitwerking van een van de meer bekende voorbeelden van seksueel geweld tijdens de Tweede Wereldoorlog: het Japanse militaire prostitutiesysteem waarin de vrouwen eufemistisch ‘troostmeisjes’ werden genoemd. Pas vanaf de jaren 90 spraken de eerste slachtoffers publiekelijk over hun ervaringen in deze militaire bordelen. Buchheim laat zien dat hun verhalen en herinneringen onderdeel zijn geworden van een grotere dynamiek rond de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Azië, waarin politiek en activisme een grote rol spelen. Deze dynamiek draagt bepaald niet altijd bij aan het welzijn van de getroffen vrouwen zelf.
Annelieke Drogendijk reflecteert in haar column op de verbeelding van ervaringen van seksueel geweld in kunst, toneelstukken en boeken. Ze roept op om ondanks het ongemak dat velen voelen bij dit onderwerp, niet te zwijgen. Juist het benoemen ervan maakt het bespreekbaar, ook voor slachtoffers, en biedt erkenning.
Een interessante vraag is ook hoe musea (oorlogs)ervaringen van seksueel geweld goed zichtbaar en bespreekbaar kunnen maken. Isa Last interviewt curator Helen Upcraft van het Imperial War Museum in Londen hierover, naar aanleiding van de tentoonstelling Unsilenced: Sexual Violence in Conflict die daar vorig jaar te zien was. Upcraft geeft praktische handvatten voor het overbrengen van zo’n gevoelig onderwerp. Ze reflecteert hierbij ook op de inzichten over de eigen collectie die ontstonden tijdens het maakproces. Zo bleek er bijvoorbeeld meer informatie over seksueel geweld aanwezig dan gedacht, maar bleef die door de bestaande catalogisering eerder onzichtbaar. Dit inzicht sluit aan bij wat ook Van den Akker en Gopsill ons tonen: om in historisch onderzoek recht te doen aan ervaringen van seksueel geweld is vaak een perspectiefwisseling nodig, evenals een kritisch bewustzijn van de aannames van waaruit dat onderzoek wordt geïnterpreteerd.
Verder lezen en kijken
Voor wie zich nog verder wil verdiepen in seksueel geweld in oorlogstijd, geeft Réka Deim een overzicht van een aantal essentiële academische werken over seksueel geweld en van representaties hiervan in kunst, film en literatuur. Deim bespreekt hierin ook een aantal werken over de oorlogstijd in Hongarije waarin seksueel geweld naar voren komt, en nodigt daarmee uit tot het verkennen van een perspectief dat in Nederland al helemaal minder bekend is.
Bij het Centrum Seksueel Geweld kan iedereen terecht die informatie of steun zoekt na een nare seksuele ervaring, of dat nu kort of lang geleden is, op de website of via 0800-0188.
Over de auteur
Anne Marthe van der Bles is senior beleidsonderzoeker/adviseur bij het Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Zij onderzoekt onder meer de intergenerationele doorwerking van oorlogservaringen en van collaboratie. Tevens is zij redacteur van WO2 Onderzoek uitgelicht.
Foto bovenaan artikel
Een kandelaar met foto’s van slachtoffers van seksueel geweld in het het Liji Alley Comfort Women Museum in Nanjing, China. Dit museum bevindt zich op een locatie waar ’troostmeisjes’ gevangen zaten tijdens WO2. Bron: ZUMA Press.