Vaker wel dan niet gaat systematisch geweld tegen vrouwen in conflictsituaties gepaard met allerlei vormen van seksuele mishandeling van mannen. Toch is er maar weinig oog voor mannen als slachtoffer van geseksualiseerd geweld in tijden van oorlogsvoering. Waarom is dit, en wat zijn consequenties daarvan?
Het idee van seksueel geweld als systematisch instrument van oorlogsvoering werd halverwege de jaren 90 verankerd in het internationale bewustzijn. Beelden van kwetsbare vrouwen tijdens de conflicten in Bosnië-Herzegovina, Rwanda, Sierra Leone en Kosovo gingen de hele wereld over, en het besef van seksueel geweld als bewuste oorlogstactiek nam toe. Hoewel het verband tussen conflict en seksueel geweld inmiddels algemeen bekend is, beperkt de retoriek eromheen zich nog vaak tot het eenzijdige beeld van mannelijke daders en vrouwelijke slachtoffers. Dit reduceert mannen tot agressoren, en erkent niet dat ook zij slachtoffer kunnen zijn van seksueel geweld.
Hoewel mannen van oudsher vooral oververtegenwoordigd zijn in de categorie ‘dodelijke slachtoffers’ door hun daadwerkelijke of waargenomen deelname aan de strijd, is er ook een aanzienlijk aantal mannen dat binnen de context van oorlog ten prooi valt aan seksueel geweld. Wetenschappers hebben vastgesteld dat bij elke situatie waarin seksueel geweld tegen vrouwen is gepleegd, ook mannen daarvan slachtoffer zijn geworden.1
Seksueel geweld is een uiterst ingrijpende, traumatische en intieme vorm van geweld die iemands eigenwaarde en gevoel van genderidentiteit diepgaand kan ontwrichten.2 Het is een geweldsvorm die daders vaak gebruiken om zowel individuen als gemeenschappen te verwoesten. Desondanks blijft seksueel geweld, zowel tegen mannen als tegen vrouwen, weinig erkend en vaak onbegrepen. Het precieze aantal individuen dat wereldwijd tijdens conflicten door seksueel geweld wordt getroffen is mede daarom onduidelijk.
Een voorbeeld: de genocide in Bosnië. Deze werd gekenmerkt door een hoge mate van seksueel en gendergerelateerd geweld. Een VN-rapport beschreef seksueel geweld als een “wijdverbreid, niet uitzonderlijk onderdeel” van het conflict in het land. Het precieze aantal slachtoffers is echter lastig te bepalen. Schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 50.000 vrouwen die zijn verkracht tijdens de Bosnische Oorlog (1992-1995). Wanneer het gaat over mannelijke slachtoffers van seksueel geweld zijn de cijfers nog meer in vaagheid gehuld. Een studie naar de gebeurtenissen in het kanton Sarajevo stelde vast dat 80% van de 5000 mannen die tijdens de oorlog in het gebied gevangen zaten, seksueel zijn mishandeld.3 Dit is echter maar één studie, uitgevoerd in één regio. We kunnen aannemen dat het aantal slachtoffers ook op andere plekken aanzienlijk is, maar kunnen dit niet met zekerheid stellen.

1993: Bosnische vluchtelingen komen aan in Haarlem. Bron: Collectie Fotoburo de Boer / Noord-Hollands Archief / Publiek domein.
Nog te vaak een voetnoot
Er zijn meerdere redenen waarom seksueel geweld tegen mannen vaak een voetnoot is. Om te beginnen is seksueel geweld moeilijk bespreekbaar. Het is een diep persoonlijke vorm van geweld, wat maakt dat veel slachtoffers niet durven zeggen: “Het is ook met mij gebeurd.” Hierdoor blijft seksueel geweld vaak verborgen – een probleem dat overigens zowel in oorlogs- als vredestijd bestaat. Ten tweede is de taal voor slachtoffers vaak te beperkt om uiting te geven aan wat er is gebeurd. Eerder onderzoek wijst uit dat mannen datgene wat hun is aangedaan regelmatig niet beschouwen als seksueel geweld. Dit is vaak het geval wanneer het geweld is gepleegd binnen een martelingsregime, of op een manier die doorgaans niet wordt beschouwd als seksueel geweld (zoals het slaan op testikels).4
Dit brengt ons meteen naar een derde punt, want wanneer een man naar een ngo, een arts of een rechtbank stapt en beschrijft wat hij heeft meegemaakt, (h)erkennen deze instellingen de gebeurtenissen ook niet altijd als seksueel geweld. Dit is een belangrijk punt, omdat slachtoffers gespecialiseerde hulp nodig kunnen hebben en mannen hierdoor niet de juiste hulp krijgen.
Een vierde aandachtspunt is dat nog steeds niet altijd wordt geloofd dat mannen überhaupt slachtoffer kunnen worden van seksueel geweld. Overlevenden geven vaak aan dat ze op scepsis of onbegrip stuiten bij het vertellen van hun verhaal aan familieleden, in hun sociale kring, aan ngo’s en internationale organisaties. Dergelijk onbegrip komt voort uit een gebrek aan erkenning of begrip van de soorten geweld waarvan mannen slachtoffer kunnen worden, maar heeft ook te maken met heteronormatieve opvattingen over seks en seksueel geweld. Een belangrijke reden waarom mannelijke slachtoffers niet serieus worden genomen is dat seksueel geweld vaak gelijk wordt gesteld aan verkrachting met vaginale penetratie. Het beeld van seksueel geweld als ongewenste vaginale penetratie marginaliseert zowel mannelijke slachtoffers als vrouwen die andere vormen van seksueel geweld hebben meegemaakt. Daarnaast worden mannen in veel maatschappelijke contexten niet ervaren als potentiële slachtoffers omdat ze worden gezien als degenen die (moeten) beschermen, vechten en verdedigen, en zij symbool staan voor kracht en masculiene macht. Hoewel dat beeld langzaam kentert, is er nog een lange weg te gaan.
Een laatste reden dat seksueel geweld tegen mannen nog altijd een voetnoot blijft, is het feit dat er nog altijd geen eenduidige juridische definitie van seksueel geweld bestaat. Hierdoor is het in de rechtszaal of in internationale processen vaak moeilijk te bewijzen dat iemand ofwel slachtoffer is geweest ofwel dit type geweld heeft gepleegd. Zoals te zien was bij zowel het Joegoslavië Tribunaal als het Rwanda Tribunaal, worden mannelijke slachtoffers vaak aangeduid als slachtoffers van marteling of misdaden tegen de menselijkheid, in plaats van als individu erkend te worden als slachtoffer van seksueel geweld. Dit heeft gevolgen voor zowel de hulp die deze mannen krijgen als de wijze waarop de daders worden berecht. Samenvattend kunnen we stellen dat mannelijke slachtoffers van seksueel geweld te maken hebben met veel onbegrip, zowel van hun eigen kant (omdat ze hun slachtofferschap anders ervaren) als van de kant van anderen.

In 2010 worden nieuw geïdentificeerde slachtoffers begraven in Srebrenica. Bron: Paul Katzenberger op Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0).
Van gedwongen toekijken tot castratie
Seksueel geweld tegen mannen gaat gepaard met een hoge mate van stigma, schaamte, taboe en chronische onderrapportage, en wordt veelal gepleegd in relatieve geheimhouding. In het geval van Bosnië-Herzegovina bijvoorbeeld werd seksueel geweld tegen mannen voornamelijk gepleegd in detentiecentra en concentratiekampen waar mensen werden vastgezet en gemarteld. Toch is er inmiddels bekend dat mannen in de context van conflict meerdere vormen van seksueel misbruik kunnen ervaren.
Mannen kunnen slachtoffer worden van verkrachting in de vorm van anale penetratie – hetzij met een object, hetzij met het lichaam van de dader. Zij kunnen echter ook andere vormen van geweld en seksuele marteling ervaren, waaronder het slaan op de geslachtsdelen, genitale verminking, castratie, gedwongen (orale) seks en het gedwongen getuige zijn van seksueel geweld.5 In sommige concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog werden homoseksuele mannen gedwongen seks te hebben met vrouwelijke medegevangenen onder het oog van de kampbewakers.6
Als gevolg van zulk misbruik kunnen mannen lijden aan ernstige psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen – vaak verergerd door het feit dat het geweld miskend en verkeerd begrepen wordt. In een onderzoek onder slachtoffers van seksueel geweld tijdens de genocide in Bosnië gaven mannen aan last te hebben van nachtmerries en flashbacks, slapeloosheid, impotentie, depressie, angst, concentratieproblemen en gevoelens van hopeloosheid. Daarnaast meldden ze fysieke klachten zoals hoofdpijn, overmatig zweten en hartkloppingen.7
Hoe zat het in de Tweede Wereldoorlog?
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond er op allerlei plekken seksueel en gendergerelateerd geweld plaats: in concentratiekampen, in het openbaar, in de getto’s, in militaire bordelen en tijdens de bevrijding.8 Hoewel dit bekend is en men weet dat veel vrouwen hiervan slachtoffer werden, is er een gebrek aan documentatie en concrete aantallen slachtoffers. Deels is dit omdat de oorlog werd gevoerd aan meerdere fronten, maar ook omdat er vele verschillende vormen van seksueel geweld en verkrachting voorkwamen.9 En net als bij andere conflictsituaties is seksueel geweld tegen mannen en jongens tijdens WO2 na de oorlog grotendeels in de schaduw gebleven. Een belangrijke factor hierin is dat homoseksualiteit onder mannen tot 1969 verboden was in West-Duitsland, waardoor veel kampoverlevenden ook na de oorlog nog te maken kregen met marginalisatie en discriminatie. Veel van hun getuigenissen en ervaringen werden onzichtbaar gemaakt. Daarnaast werden plegers van seksueel geweld in het algemeen niet expliciet om die reden vervolgd tijdens de Neurenberg-processen, waardoor zowel mannen als vrouwen die hiervan slachtoffer waren geworden geen stem kregen in de juridische context eromheen.
Het patroon waarbij seksueel geweld tegen en verkrachting van mannen vooral plaatsvindt binnen gesloten muren – in concentratiekampen of gevangenissen – is ook terug te zien tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omdat het zich in het geheim voltrok, kon het geweld makkelijk onopgemerkt blijven. Daarnaast vonden vele van de getroffen mannen de dood in het kamp, waardoor zij nooit hun verhaal hebben kunnen doen. Maar concentratiekampen waren natuurlijk bij uitstek een plek waar geweld werd aangemoedigd en kampbewakers elkaar ophitsten om daarin steeds verder te gaan. In Die Männer mit dem rosa Winkel uit 1970 bijvoorbeeld, een memoir van overlevende Heinz Heger10, spreekt Heger over de bewakers van het concentratiekamp als machtsdronken. Hij schetst hoe ze van geweld en marteling een vorm van vermaak maakten, een spel. In de kampen – ver weg van het open slagveld – wisten de daders dat ze beschermd waren tegen blikken van de buitenwereld en dus volledig vrijuit gingen.
Heinz Heger schreef zijn memoir naar aanleiding van zijn ervaringen in concentratiekamp Flossenbürg. Hij werd gedeporteerd vanwege zijn geaardheid en zag in het kamp hoe mannen werden misbruikt om hun homoseksualiteit. In een van de fragmenten beschrijft hij hoe een man wordt gemarteld en verminkt, hoe zijn genitaliën worden verschroeid met kokend water, waarna hij anaal wordt verkracht met een bezemsteel. Tijdens deze gruwelijke mishandeling schelden de SS’ers hem uit voor ‘vieze homo’ en suggereren dat hij anaal verkracht zou willen worden omdat hij seks had met mannen. Een dergelijke combinatie van fysieke en psychische mishandeling is een terugkerend patroon bij seksueel geweld in bijna al zijn vormen. Mannen die zijn vastgehouden in Bosnië bijvoorbeeld verklaarden aan het Joegoslavië Tribunaal dat degenen die hen seksueel mishandelden daarbij dreigden hun familie iets aan te doen.
Tijdens WO2 werden in Kamp Buchenwald mannen die waren bestempeld als homoseksueel onderworpen aan medische experimenten, waarbij velen van hen zijn gecastreerd.11 Castratie is een extreme vorm van lichamelijk geweld waarbij niet alleen de externe genitaliën van het individu gedwongen worden geamputeerd, maar ook indirect het voortbestaan van de bevolking wordt aangetast. Deze daad claimt totale controle over haar slachtoffers, en velen van degenen die worden gecastreerd sterven aan de gevolgen van hun verwondingen, waardoor bijna niemand overblijft om de gruwelen na te vertellen.
Voorbij het taboe
Zelf doe ik onderzoek naar de manier waarop internationale rechtbanken en instellingen mannelijke slachtoffers van seksueel geweld behandelden in de nasleep van de genocides in Rwanda en Bosnië-Herzegovina. In mijn eigen onderzoek kijk ik voornamelijk naar getuigenissen die al zijn verzameld door ngo’s, maatschappelijke organisaties en internationale rechtbanken. Daarbij pas ik een nieuwe analysemethode toe op reeds bestaande gegevens. Er waren twee doorslaggevende redenen om voor deze aanpak te kiezen. Ten eerste is het moeilijk in contact te komen met ervaringsdeskundigen en zijn, zoals al aangegeven, veel mannen terughoudend over het seksueel geweld dat ze hebben meegemaakt. Het tweede argument om bestaande bronnen te gebruiken is ethisch van aard. Veel getuigenissen zijn al eerder met derden gedeeld, maar nog niet geanalyseerd vanuit het perspectief van seksueel geweld tegen mannen. Denk aan de getuigenissen van Bosnische mannen tegenover het Joegoslavië Tribunaal en bij andere nationale en internationale ngo’s zoals Amnesty International en Human Rights Watch. Er bestaat dus al een schat aan publiek beschikbare getuigenissen om te onderzoeken, zonder dat slachtoffers opnieuw belast hoeven te worden of trauma’s opnieuw naar boven moeten worden gehaald.
Mijn keuze om met bestaande getuigenissen te werken heeft de reikwijdte van de bronnen die ik kan raadplegen vergroot en ervoor gezorgd dat stemmen die eerder misschien in de vergetelheid waren geraakt, nu aan het licht komen. Deze methodologie kan ook worden benut – en wordt dat ook – om de archieven over andere perioden uit de geschiedenis opnieuw te bekijken. Een gendergerelateerde visie op de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld kan een licht werpen op sommige vormen van seksueel martelen die tot nu toe ondergerapporteerd of niet erkend zijn vanwege de grote hoeveelheid archiefmateriaal en de overweldigende gruwelijkheid van de gepleegde misdaden. Daarnaast zijn archieven met documentatie in de vorm van foto’s, dagboeken en brieven onmisbare bronnen van informatie in de zoektocht naar een beter begrip van gendergerelateerd geweld.
Wat betreft het genderaspect van conflicten en de manieren waarop oorlog mannen en vrouwen verschillend raakt, is zeker sprake van een groeiend bewustzijn. Ook is er erkenning van het feit dat beide groepen hard worden getroffen door oorlog en genocide. Dat gezegd hebbende is er nog een lange weg te gaan in het volwaardig erkennen van mannen als slachtoffers van seksueel geweld in tijden van genocide en conflict. En dit terwijl erkenning voor de vele manieren waarop mannen slachtoffer kunnen worden van seksueel geweld in oorlogssituaties zoals ik al aangaf van groot belang is om de traumazorg voor mannen in de nasleep van conflict te verbeteren. Laten we werken aan die erkenning door onderzoek te doen naar de inzet van seksueel geweld als instrument in oorlog en genocide en naar de gendergerelateerde gevolgen van conflict, oorlog en genocide, en door ons in te spannen om het taboe op seksueel geweld te doorbreken.
Over de auteur

Anna Gopsill
Anna Gopsill is promovenda in mensenrechten aan de School of Advanced Study (University of London). Ze schrijft een proefschrift over de manier waarop mannelijke slachtoffers van seksueel geweld werden geconceptualiseerd en behandeld door internationale rechtbanken en instellingen in de nasleep van de genocide in Rwanda en Bosnië-Herzegovina.
Noten
1 Zie bijvoorbeeld Sandesh Sivakumaran, ‘Sexual Violence Against Men in Armed Conflict’. European Journal of International Law 18 (2007), p. 253–276, een belangrijk en invloedrijk werk op het gebied van seksueel geweld tegen mannen.
2 Zie bijvoorbeeld Philipp Schulz, ‘Displacement from gendered personhood: sexual violence and masculinities in northern Uganda’. International Affairs 94 (2018), p. 1101-1119.
3 Lara Stemple, ‘Male rape and human rights’. Hastings Law Review 60 (2009).
4 Zie bijvoorbeeld Chris Dolan, ‘Hidden Realities: Screening for experiences of violence amongst war-affected South Sudanese refugees in Northern Uganda’. Refugee Law Project Working Paper No. 25, 2017.
5 Heleen Touquet, ‘Silent or Inaudible? Male survivor stories in Bosnia-Herzegovina’. Social Politics 29 nr. 2 (2021), p. 706-728.
6 Dagmar Herzog, ‘Sexual violence against men: Torture at Flossenbürg’. In: Carol Rittner & John K. Roth (eds.), Rape: Weapon of War and Genocide. Paragon House 2012, p. 29-44.
7 Mladen Loncar, Neven Heningsberg & Pero Hrabac, ‘Mental Health Consequences in Men Exposed to Sexual Abuse During the War in Croatia and Bosnia.’ Journal of Interpersonal Violence, 2009.
8 Zie o.a. Sonja M. Hedgepeth & Rochelle G. Saidel (eds.), Sexual violence against Jewish women during the Holocaust. Brandeis University Press, 2010. En ook: de bronnen in noot 6, 9 en 10.
9 Zie bijvoorbeeld: Dorata Glowacka & Regina Mühlhäuser, ‘Gender-Based and Sexual Violence in the Holocaust: On the Importance of Writing this History Today’. The Journal of Holocaust Research 38 (2024); en Elisabeth Wood, ‘Variations in sexual violence during war’. Politics & Society 34 nr. 3 (2006).
10 Heinz Heger, Die Männer mit dem rosa Winkel, 1970. In het Nederlands verschenen als De mannen met de roze driehoek (Pegasus, 1982), in het Engels als The Men with the Pink Triangle (Gay Men’s Press 1980, heruitgave Haymarket Books 2023).
11 Herzog 2012 (zie noot 6).
Foto bovenaan artikel
Bosnische en Kroatische mannen in concentratiekamp Manjača, nabij Banja Luka, Bosnië en Herzegovina, 1992. Bron: Photograph provided courtesy of the ICTY.