Woorden vinden, impact begrijpen: een overzicht van belangrijke werken

Signalement

door Réka Deim, Vertaling: Jacky-Zoë Dado – 23 februari 2026

Het doorbreken van de stilte rond seksueel misbruik in oorlogen en gewapende conflicten is een proces van lange adem. Welke belangrijke academische werken hebben aan inzicht in het belang van erover spreken bijgedragen? En wat waren cruciale literaire, artistieke en andersoortige culturele uitingen die dit proces hebben aangejaagd?

Taboe, zwijgen, trauma, ontkenning: het zijn woorden die steeds terugkomen in het discours rond conflict-gerelateerd seksueel geweld. Deze woorden alleen al laten zien hoe ingewikkeld het is om een dergelijk gevoelig onderwerp te bespreken. Lange tijd werd er dan ook weinig onderzoek naar gedaan. Maar omdat seksueel misbruik binnen de context van oorlog, gewapende conflicten en verschillende vormen van staatsgeweld maar blijft voortbestaan, is het belangrijk om de patronen en de blijvende impact ervan te begrijpen, en toe te werken naar het tegengaan en bestraffen van deze misdaden. In dit artikel bespreek ik daarom een selectie aan belangrijke academische werken en literaire, artistieke en andersoortige culturele uitingen die hebben bijgedragen aan het doorbreken van de stilte rond dit thema.

Bron: Uitgeverij Bert Bakker & Ballantine Books.

Belangrijke basistheorieën en methoden

Ik kwam voor het eerst in aanraking met theoretische beschouwingen over seksueel geweld in oorlogstijd tijdens een seminar van Selma Leydesdorff, vooraanstaand historica op het gebied van oral history (mondelinge geschiedenis) en professor emeritus aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vertelde daar over haar gesprekken met Bosnische vrouwen die werden verkracht na de genocide in Srebrenica. De interviews met deze vrouwen waren aanleiding voor een van Leydesdorffs belangrijkste werken: De leegte achter ons laten – een geschiedenis van de vrouwen van Srebrenica (Bert Bakker, 2008). Net als haar seminars focust dit werk niet alleen op de ervaringen van slachtoffers tijdens de oorlog, maar ook op die in de tijd daarvoor en daarna, waarmee ze een diepgaande inkijk biedt in de dagelijkse strijd van deze vrouwen en het verwerken van hun gruwelijke ervaringen. Samen met Leydesdorffs interviews met overlevenden van vernietigingskamp Sobibór heeft dit baanbrekende werk de stilte doorbroken over persoonlijke geschiedschrijving en gendergerelateerd geweld, waarmee ze met name aan vrouwelijke slachtoffers een stem gaf.

Niet alleen Leyesdorffs werk, maar bijna alle werken die de basis hebben gelegd voor het onderzoek naar conflict-gerelateerd seksueel misbruik, leunen op vroege feministische kritieken, zoals Susan Brownmillers Against Our Will: Men, Women, and Rape (Simon and Schuster, 1975). Hoewel Brownmillers werk is bekritiseerd vanuit raciaal-analystisch en psychoanalytisch perspectief, heeft het een lans gebroken voor het idee dat verkrachting een systematisch onderdeel kan zijn van intimidatie en dominantie, in plaats van enkel een neveneffect van oorlog en onderdrukking. Een ander invloedrijk perspectief op dit fenomeen is te lezen in Maneuvers: The International Politics of Militarizing Women’s Lives (University of California Press, 2000) van Cynthia Enloe. Zij gaat in dit werk in op ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid in de context van militarisatie en beschrijft een reeks casussen van militair gerelateerd seksueel geweld in Chili, de Filippijnen, Okinawa, Rwanda en de Verenigde Staten, naast andere onderwerpen. Hoewel dit werk niet specifiek inzoomt op verkrachting binnen conflicten, roept het vele relevante vragen op over de politiek van het vrouwenlichaam.

Bron: University of California Press & Sage Publications.

Institutionele kaders en uitgewiste herinneringen

Het bezien van verkrachting als oorlogsinstrument en decennia aan debat hierover hebben de weg geplaveid voor het kwalificeren van bepaalde vormen van seksueel geweld als oorlogsmisdaad en misdaad tegen de menselijkheid in het Statuut van Rome. Dit trad in 2002 in werking. Belangrijk om hier te benoemen is dat de slachtoffers van dergelijke misdaden niet enkel vrouwen zijn en de daders niet alleen mannen. Sinds de jaren 90 zijn er meerdere studies verschenen naar seksueel geweld tegen mannen, zoals Male Victims of Sexual Assault, samengesteld door Gillian C. Mezey en Michael B. King (Oxford University Press, 1992), en Male on Male Rape: The Hidden Toll of Stigma and Shame van Michael Scarce (Perseus Books, 1997). Deze literatuur onderstreept de psychologische grenzen aan en hiaten in kennis en voorzieningen rond dit onderwerp, en het gebrek aan aandacht voor mannelijke slachtoffers van verkrachting binnen het academische en politieke discours.1

Het gesprek over seksueel geweld is ook urgent en onvermijdelijk gezien de zorgwekkende toename van kindermisbruik. Onderzoek hiernaar kan voortbouwen op eerdere studies, zoals David Finkelhors’ A Sourcebook on Child Sexual Abuse (Sage Publications, 1986), dat onder meer ingaat op de omvang, impact en preventie van seksueel misbruik van kinderen, en ook schetst welke kinderen het meeste risico lopen en wie de daders zijn. Een groot obstakel bij gevallen van seksueel misbruik van kinderen is echter het gebrek aan kaders op institutioneel niveau en in het discours eromheen. Deze traumatische verhalen worden veelal buiten het publieke discours gehouden. Niet alleen vanwege hun psychische impact, maar ook omdat instituten deze verhalen systematisch opzijschuiven, zo stelt historicus Frank van Vree. In zijn toonaangevende artikel ‘Absent Memories’ (Cultural Analysis 12, 2013) onderzoekt de voormalig NIOD-directeur en emeritus professor aan de Universiteit van Amsterdam de historische achtergrond van het collectieve geheugenverlies en het institutionele zwijgen rond het kindermisbruik in de rooms-katholieke kerk in Ierland.

Bron: Titanus, Nordic Productions & Bowery Productions

Representatie in film en literatuur

Naast academische teksten spelen kunst, film en literatuur een belangrijke rol in het herdenken van gewelddadige geschiedenissen. Films als Vittorio de Sica’s La ciociara (1960) en Marta Mészáros’ Aurora Borealis – Northern Light (2017) hebben gepoogd om de strijd en ontberingen van individuen en gemeenschappen in beeld te brengen. In La ciociara volgen we het leven van een moeder en dochter in het door de Tweede Wereldoorlog verscheurde Italië. Aurora Borealis – Northern Light gaat over de kwestie van ‘oorlogskinderen’ in Midden- en Oost-Europa, ofwel kinderen verwekt bij lokale vrouwen door mannen van de Sovjet-bezettingsmacht. Een ander noemenswaardig voorbeeld is de documentaire Calling the Ghosts: A Story About Rape, War and Women (1996) van Mandy Jacobson en Karmen Jelincic. Hierin vertellen twee Bosnische vrouwen over het systematische geweld waaraan ze werden onderworpen in concentratiekamp Omarska tijdens de Bosnische Oorlog. Dankzij de inspanningen van deze slachtoffers om verkrachting officieel erkend te krijgen als een oorlogsmisdaad, zijn ze er later in geslaagd om de daders voor het Joegoslavië Tribunaal te brengen.

Bron: CEU Press & Laurel Leaf.

Wetenschappelijk onderzoek naar seksueel geweld heeft ook veel informatie kunnen putten uit memoires, een literair genre waarin vanuit persoonlijke ervaringen wordt verhaald over oorlogsgruwelen. Binnen mijn eigen onderzoek over Midden- en Oost-Europa hebben persoonlijke verhandelingen zoals Alaine Polcz’ A Wartime Memoir: Hungary 1944-1945 (Corvina, 1991) en Wie een leven redt… (Alfred A. Knopf, 1999) van Irene Gut Opdyke verdieping gebracht in mijn kennis over de geschiedenis van deze regio, die zowel de vernietigende aanwezigheid van de nazi’s als de Sovjet-troepen heeft gekend. Deze memoires doorbreken taboes over seksueel geweld gepleegd door de bezetter en breken met het stigma rond vrouwen die hun lichaam verhandelden in ruil voor hun leven. In Speaking of the Unspeakable: The Story of Sexual Violence in Hungary During World War II (Wallstein, 2018) gebruikt Andrea Pető, historicus en hoogleraar aan de Central European University, memoires, getuigenissen en archiefbronnen om dominante en versimpelde narratieven over verkrachting in oorlogstijd om te buigen. Daarbij vergelijkt ze de Hongaarse, Oostenrijkse en Duitse context en overweegt ze hoe we ons kunnen ontdoen van het grote zwijgen rond deze geschiedenissen.

Bron: Wallstein & Lund Humphries Publishers.

Kunst en monumenten

Ook musea en herinneringsmonumenten spelen de laatste jaren een steeds grotere rol in de pogingen om het bewustzijn te vergroten en conflict-gerelateerd seksueel geweld bespreekbaar te maken. Een goed voorbeeld is Doris Salcedo’s Fragmentos, Espacio de Arte y Memoria (‘Fragments – Space of Art’) uit 2018. Deze herinneringsplek in Bogota is gewijd aan de slachtoffers van het gewapend conflict in Colombia, met vloeren bestaande uit metalen panelen die gemaakt zijn van versmolten guerrillawapens, door vrouwen die slachtoffer werden van verkrachting. Dit monument biedt een plek voor stille reflectie binnen een artistieke context, maar brengt eveneens het gesprek in de maatschappij op gang en agendeert daarmee het onderwerp seksueel geweld.

Ook in bredere zin zijn musea die zich via kunst bezighouden met het herdenken van oorlogsslachtoffers, de Holocaust, apartheid, kolonialisme, staatsterreur en burgeroorlog een belangrijke deelnemer aan het gesprek over seksueel geweld. Wat dit betreft vind ik Andreas Huyssens recente werk Memory Art in the Contemporary World: Confronting Violence in the Global South (Lund Humphries Publishers, 2022) een goed naslagwerk. Middels een analyse van recente werken en musea die zich verhouden tot traumatische geschiedenissen, onderstreept Huyssen de kracht van wat hij ‘memory art’ noemt in het hedendaags politiek discours.

In samenhang met de MeToo-beweging die in 2017 opkwam, zijn de hier beschreven theoretische werken en artistieke representaties een belangrijke basis van waaruit men zich kan uitspreken tegen seksueel misbruik. Hoewel het huidige discours en de steun voor slachtoffers nog altijd ontoereikend zijn, maken onderzoek naar en het herdenken van conflict-gerelateerd seksueel geweld wel de weg vrij voor beter beleid en nieuwe wegen om juridische en psychische hulp te krijgen. Zodat slachtoffers worden beschermd, daders verantwoordelijk worden gehouden en we kunnen bijdragen aan het voorkomen van seksueel geweld in conflicten anno nu.

Over de auteur

 

Réka Deim

Réka Deim is kunsthistorica, curator en PhD-kandidaat aan de Amsterdam School for Heritage, Memory and Material Culture (Universiteit van Amsterdam). Haar onderzoek richt zich op de raakvlakken tussen naoorlogse kunst en herinneringspolitiek in Centraal-Oost-Europa. Haar proefschrift getiteld Memory and Illiberalism in Contemporary Hungary. Museums, Memorials, Activism (2026) behandelt de rol van herinneringspolitiek in het bestendigen van een illiberale politiek en ideologie in het Hongarije van nu.


Noot

1 Zie ook het artikel van Anna Gopsill in dit nummer.


Foto bovenaan artikel

Doris Salcedo’ Fragments – Space of Art in Bogota. Bron: Anfecaro op Wikimedia Commons (publiek domein).